Onterechte schatting meterstanden: klacht gegrond, consument deels gecompenseerd

  • Home >>
  • Energie >>
De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Jaarafrekening    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 498049/592758

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument kreeg een hoge bijbetaling door foutieve meterstanden op de jaarnota. De ondernemer had een schatting gebruikt, terwijl de consument zelf standen had doorgegeven. De commissie oordeelt dat dit onterecht was. De klacht is gegrond en de consument krijgt een deel van het depotbedrag terug.

De volledige uitspraak

Samenvatting
Onterechte schatting van meterstanden en ondernemer is eerste aanspreekpunt en verantwoordelijk voor de juistheid van facturen.

Beoordeling
De consument heeft, verkort weergegeven, het volgende gesteld.
De consument is per 15 februari 2021 een overeenkomst met de ondernemer aangegaan voor de
levering van gas en stroom.
De ondernemer heeft de meterstanden niet correct vermeld op de jaarnota van 2024. De opgegeven meterstanden komen niet overeen met de eigen opgave van de consument. Hierdoor is de consument op de jaarnota geconfronteerd met een hoge bijbetaling. De consument is zijdens de ondernemer meegedeeld dat bij de ondernemer een fout is gemaakt. Ondanks dat de consument de standen heeft aangeleverd, heeft de ondernemer die niet gebruikt maar een schatting gemaakt. Deze schatting is zo afwijkend geweest dat volgens de ondernemer deze voor de bijbetaling hebben gezorgd. De consument moet ten onrechte opdraaien voor een fout bij de ondernemer. De meterstanden kloppen nog steeds niet dus het gevorderde bedrag ook niet. Ook heeft de ondernemer ten onrechte incassokosten in rekening gebracht.
De consument verlangt revisie of vermindering van de kosten en het laten vervallen van de incassokosten.

De ondernemer heeft gemotiveerd verweer gevoerd en in de kern het volgende aangevoerd.
Uit onderzoek is gebleken dat de netbeheerder in juli 2021 een fout heeft gemaakt door bij de uitfasering van het daltarief een foutief telwerk stil te zetten. Sprake was van een onjuiste schakeling van de aanwezige stroommeter van dagtarief naar daltarief, waardoor de telwerken I en II niet juist in het stamregister stonden. Hierdoor waren de ontvangen meterstanden niet correct weergegeven op de reguliere jaarnota’s en heeft dit voor de hogere naheffing gezorgd. De ondernemer heeft na constatering hiervan de consument geïnformeerd over de berekening van het stroomverbruik. De gehanteerde meterstanden zijn correct en daarmee ook de correctienota en aanvullende nota van 1 oktober 2024. De ondernemer valt niets te verwijten. Uit coulance is verjaring toegepast op het stroomverbruik. Hierdoor is het bij te betalen bedrag met ruim € 1.000,– verlaagd en is alleen het meerverbruik vanaf 8 februari 2022 in rekening gebracht. Ook zijn de opgevoerde incassokosten ad € 536,39 buiten invordering gesteld.

De commissie overweegt als volgt.
Artikel 10 algemene voorwaarden bepaalt dat voor de vaststelling van het af te rekenen verbruik de gegevens van de meetinrichting bindend zijn. Dit betekent dat de ondernemer in beginsel mag afgaan op de juistheid van het geregistreerde verbruik en op basis daarvan de geleverde stoom in rekening mag brengen.

De consument heeft zich er allereerst over beklaagd dat de ondernemer het jaarverbruik dat haar in rekening is gebracht heeft geschat, terwijl de consument de meterstanden had opgemeten en aan de ondernemer had doorgegeven. De ondernemer heeft dit klachtonderdeel onbesproken en dus onweersproken gelaten. Gelet hierop valt niet in te zien dat de ondernemer een schatting heeft moeten maken van het jaarverbruik in plaats van uit te gaan van de doorgegeven meterstanden. Niet is in geschil dat daartussen een verschil in het nadeel van de consument bestaat.
De klacht is reeds hierom gegrond.

Eerst na het hiervoor besproken bezwaar van de consument tegen de hoogte van de jaarnota heeft de ondernemer een onderzoek ingesteld naar de meterstanden. Uit hetgeen de ondernemer naar voren heeft gebracht, hiervoor weergegeven, is gebleken dat door een verkeerde handeling van de netbeheerder in juli 2021 de telwerken I en II niet juist in het stamregister stonden. Aldus waren de ontvangen meterstanden van nadien niet correct weergegeven op de reguliere jaarnota’s. Hoewel dit valt te betreuren, valt de ondernemer van deze onjuiste schakeling niet hem, maar de netbeheerder een verwijt valt te maken. De netbeheerder is ten opzichte van de consument verantwoordelijk voor een correct functionerende meterinstallatie en het uitlezen van de standen. De ondernemer heeft als eerste aanspreekpunt voor consumenten als het gaat om facturen, meterstanden en verbruik vervolgens correct gehandeld nu hij blijkens de stukken een onderzoek naar het verbruik heeft gestart, ter zake navraag bij de netbeheerder heeft gedaan en de consument heeft geïnformeerd over de bevindingen van dit onderzoek en de gevolgen van de fout door de netbeheerder.

De consument dient wel te betalen voor het door haar, na correctie, geregistreerde (meer)verbruik van stroom. Blijkens de stukken heeft de ondernemer zijn vordering beperkt tot na 8 februari 2022 en de jaarnota’s aangepast. Gelet op de aanvullende nota van 1 oktober 2024 en de daarin vermelde berekeningen, alsmede de toelichting daarop in het verweer ziet de commissie geen aanleiding om aan de juistheid hiervan en van de daarop gebaseerde facturatie te twijfelen. Daarbij wordt betrokken dat de geregistreerde meterstanden door de consument onvoldoende gemotiveerd zijn betwist. Dit betekent dat de consument de ondernemer een bedrag moet betalen van € 3.061,89. Pas gedurende de onderhavige procedure bij de commissie heeft de ondernemer de consument ter oplossing van het geschil het voorstel gedaan dat zij voormeld bedrag betaalt, dat de depotbetaling hier mee wordt verrekend en het klachtengeld wordt vergoed. Gelet op al het voorgaande zal de commissie in die zin beslissen.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De consument dient de ondernemer een bedrag van € 3.061,89 te betalen.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Met inachtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag van € 4.113,91 als volgt verrekend. Een deel van het in depot bij de commissie gestorte bedrag van € 3.009,39 (€ 3.061,89 minus € 52,50) wordt aan de ondernemer uitbetaald. Het bedrag van € 1.104,52 wordt aan de consument uitbetaald.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Deze behandelingskosten worden geheel betaald.

Wijst af het meer of anders verlangde.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit mevrouw mr. I.K. Rapmund, voorzitter, de heer R.A. Timmer en mevrouw mr. E.J.P.J.M. Kneepkens, leden, op 25 november 2024.

Opslaan als PDF