Onvoldoende bewijs van retour, ondernemer hoeft niet terug te betalen

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Thuiswinkel    Categorie: Bewijs    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 1320338/1326406

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument stuurde op 13 oktober 2025 één pakket terug met daarin volgens haar 20 artikelen. De ondernemer heeft 16 artikelen terugbetaald, maar vier niet. De consument zegt dat deze vier artikelen zeker in hetzelfde pakket zaten. De ondernemer betwist dit, omdat het retourpakket minder woog dan de oorspronkelijke bestelling. De commissie vindt dat de consument moet bewijzen dat ook deze vier artikelen zijn ontvangen door de ondernemer. Alleen aantonen dat een pakket is verzonden, is niet genoeg. Er is geen bewijs dat de vier artikelen daadwerkelijk zijn aangekomen. Daarom hoeft de ondernemer deze artikelen niet terug te betalen. De klacht is ongegrond.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft een retourzending van 13 oktober 2025 met betrekking tot 20 in één zending verzonden artikelen die op 18 september 2025 besteld waren.

Standpunt van de consument

De klacht van de consument luidt als volgt:

Mijn retourzending van 13-10-2025 aan de ondernemer (20 artikelen) is volledig ontvangen volgens track & trace. Vier artikelen zijn echter niet terugbetaald, terwijl ze aantoonbaar in hetzelfde pakket zaten als items die wél zijn verwerkt. Bewijzen zijn overlegd. De ondernemer weigert terugbetaling van de vier artikelen. De fout ligt binnen hun risicosfeer. Ik verzoek om volledige terugbetaling van de vier artikelen (bedrag van € 623,98 exclusief verzendkosten).

Standpunt van de ondernemer

De ondernemer heeft betwist dat de vier door de consument bedoelde artikelen in de retourzending van 13 oktober 2025 aanwezig waren, waarbij hij in het bijzonder betrekt de omstandigheid dat de initiële bestelling van 20 artikelen een gewicht had van 5,50 kg terwijl de retourzending een gewicht had van 4,22 kg.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Artikel 6:230r lid 4 Burgerlijk Wetboek bepaalt het volgende:
Tenzij de handelaar heeft aangeboden de op basis van de ontbonden overeenkomst geleverde zaken zelf af te halen, kan de consument eerst nakoming vorderen van de in lid 1 bedoelde verbintenis <het terugbetalen van de koopprijs> nadat de handelaar de zaken heeft ontvangen of de consument heeft aangetoond dat hij de zaken heeft teruggezonden, naar gelang welk tijdstip het eerste valt.

Het is dus aan de consument om aan te tonen dat ook de vier door haar bedoelde artikelen aan de ondernemer zijn teruggezonden. In dat verband is niet voldoende dat de consument de enkele verzending aantoont. Zij moet ook kunnen aantonen dat die vier artikelen daadwerkelijk door de ondernemer zijn ontvangen of ontvangen moeten zijn. In zoverre komt de al dan niet ontvangst door de ondernemer van de beweerdelijk teruggezonden artikelen voor haar risico.

Aan de door de consument overgelegde stukken kan niet het sluitende bewijs worden ontleend dat de ondernemer ook de vier door de consument bedoelde artikelen heeft ontvangen of moet hebben ontvangen. Nu het bewijs van ontvangst door de ondernemer van de bedoelde vier artikelen ontbreekt, kan niet worden vastgesteld dat de consument aan haar verplichting heeft voldaan om die artikelen aan de ondernemer terug te zenden.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Daarom wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Thuiswinkel, bestaande uit de heer mr. R.J. van Boven, voorzitter, de heer mr. S.L.R. van Nuijs, mevrouw mr. E.J.P.J.M. Kneepkens, leden, op 16 april 2026.

Opslaan als PDF