Onvoldoende bewijs voor aansprakelijkheid bij waterschade na werkzaamheden

  • Home >>
  • Water >>
De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Water    Categorie: Aansprakelijkheid    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 1277940/1309597

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Deze uitspraak gaat over een consument die waterschade in zijn woning ontdekte nadat de ondernemer werkzaamheden had uitgevoerd aan de huisaansluiting van het water. De consument stelde dat de schade was ontstaan doordat tijdens de werkzaamheden water was gemorst. De ondernemer wees aansprakelijkheid af, omdat niet kon worden aangetoond dat de schade door de werkzaamheden was veroorzaakt. De commissie volgt dit standpunt. Er is geen bewijs dat de schade rechtstreeks verband houdt met de werkzaamheden en er is ook geen deskundigenrapport overgelegd dat dit verband aantoont. Daarom kan niet worden vastgesteld dat de ondernemer verantwoordelijk is voor de schade. De commissie wijst de schadeclaim en het verzoek van de consument af.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

De commissie heeft niet kunnen vaststellen dat de schade aan de ondernemer kan worden toegerekend.

Standpunt van de consument

Waterschade in huis geconstateerd nadat in huis door de ondernemer de huisaansluiting is vernieuwd. De ondernemer wijst aansprakelijkheid af. Er werd een aanzienlijke hoeveelheid water op de vloer waargenomen. Uit nader onderzoek bleek dat het water zich via de ondervloer onder de houten vloerplanken heeft verspreid. Op meerdere locaties in de betreffende ruimte is het water vervolgens weer boven de vloer uitgekomen. Ook geven cliënten aan dat het water zich heeft uitgebreid naar een aangrenzende ruimte.
Tevens is vastgesteld dat het vocht in een binnenmuur is getrokken, met als gevolg dat het behang van de muren in die ruimte heeft losgelaten. De houten vloerplanken zijn door de inwerking van het water gaan kromtrekken.

Standpunt van de ondernemer

Het gaat in deze zaak om de vraag of er sprake is van schade en wie hiervoor dan verantwoordelijk/aansprakelijk is. Het uitgangspunt binnen het Nederlandse recht is dat ieder zijn eigen schade draagt tenzij iemand anders hiervoor aansprakelijk is. Het is dan aan de benadeelde om aan te tonen wie er aansprakelijk is, waarom deze aansprakelijk is en wat de schade(omvang) is. Op dit laatste punt kom ik later terug.

De klager geeft aan dat er waterschade is ontstaan op de dag van de werkzaamheden door APK. De schade is echter niet ontstaan op de locatie waar er werkzaamheden zijn uitgevoerd (de kelder), maar in een kamer waar men doorheen moest lopen om bij de kelderdeur te komen. Dit maakt het aannemen van een causaal verband al minder aannemelijk, maar niet onmogelijk. De klager gaat ervan uit dat de monteurs van APK dusdanig veel water gemorst hebben dat dit de schade veroorzaakt heeft. Hij is hier geen getuige van geweest en kan dit niet met zekerheid zeggen. Uiteraard is het mogelijk dat daar waar er gewerkt wordt aan de waterleiding, er druppels gemorst kunnen worden. Het is ook aannemelijk dat het morsen van een kleine hoeveelheid water (vanuit gereedschap, materiaal o.i.d.) niet altijd opgemerkt wordt door een monteur. Echter in dit geval geeft de klager aan dat er dusdanig veel water gemorst zou zijn dat er zo’n 8m2 vloer vervangen moet worden en het vocht in de muren is getrokken waardoor het behang over een oppervlakte van 6m2 loslaat. Dit kan niet meer gezien worden als iets dat aannemelijk is of vaker voorkomt bij werkzaamheden aan de waterleiding. Navraag bij APK levert op dat de monteurs die ter plaatse zijn geweest aangeven dat het water niet van hun werkzaamheden/aanwezigheid afkomstig is.
Nu niemand gezien lijkt te hebben wat er gebeurd is, de schade zich niet bevindt in de ruimte waar werkzaamheden zijn uitgevoerd en het niet een aannemelijke hoeveelheid water is die gemorst kan zijn vanuit gereedschap of materialen, kan er niet zomaar een causaal verband en dus aansprakelijkheid worden aangenomen. Om deze reden heeft de ondernemer ook aan de rechtsbijstandsverzekeraar aangegeven dat indien er andere bewijsstukken zoals een deskundigenrapport overlegd wordt, de ondernemer dit opnieuw zorgvuldig zal bekijken.

Oordeel van de commissie

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting onderschrijft de commissie grote lijnen, het standpunt van de ondernemer. Ook de commissie heeft niet met een redelijke mate van waarschijnlijkheid kunnen vaststellen dat de geclaimde schade aan de ondernemer valt toe te rekenen. Ook een rapport van een expert dat meer duidelijkheid had kunnen verschaffen, ontbreekt. De commissie kan niet vooruitlopen op de inhoud van een dergelijk rapport. De schadeclaim is niet toewijsbaar.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Water, bestaande uit de heer mr. D.J. Buijs, voorzitter, de heer mr. E.F. Verduin, de heer drs. L. van Rootselaar, leden, op 10 december 2025.

Opslaan als PDF