Commissie: Garantiewoningen
Categorie: Procedure
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: arbitraal vonnis
Uitkomst: schikking ter zitting
Referentiecode:
255670/457099
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
Tijdens de zitting bij de Geschillencommissie Garantiewoningen hebben de consument en de ondernemer samen een oplossing gevonden voor hun geschil. Daardoor hoefde de commissie geen inhoudelijke uitspraak meer te doen. Afgesproken is dat de ondernemer uiterlijk op 30 april 2025 een bedrag van € 3.750 aan de consument betaalt. Beide partijen dragen verder hun eigen kosten van de procedure. Hiermee is het geschil beëindigd.
De volledige uitspraak
Ondergetekenden:
de heer mr. R.P.P. Hoekstra te Utrecht, de heer ir. F.A.J. Münninghoff te ‘s-Hertogenbosch, mevrouw mr. drs. S. Meinhardt te Oegstgeest, die in het onderhavige geschil als arbiters optreden, hebben het volgende vonnis gewezen.
Bevoegdheid arbiters en plaats van arbitrage
De bevoegdheid van de Geschillencommissie Garantiewoningen (hierna: de commissie) tot beslechting van het geschil berust op een overeenkomst tot arbitrage, zoals opgenomen in artikel 14 lid 1 van de tussen de ondernemer en de consument gesloten koop-/aannemingsovereenkomst voor eengezinshuizen met toepassing van de SWK Garantie- en waarborgregeling, versie 2014 en het bijbehorende Garantiesupplement, bestaande uit de modules IE en IIP (hierna gezamenlijk: de garantieregeling). Hierin wordt het volgende bepaald:
“Alle geschillen (daaronder begrepen die geschillen die door slechts één der partijen als zodanig worden beschouwd), welke ontstaan naar aanleiding van de koop-/aannemingsovereenkomst met toepasselijkheid van de Garantie- en waarborgregeling van SWK of daaruit voortvloeiende overeenkomsten, die betrekking hebben op de koop-/aannemingsovereenkomst, worden beslecht door arbitrage conform het Geschillenreglement van de Geschillencommissie Garantiewoningen, zoals dat luidt ten dage van de aanhangig making van het geschil.”
Er is hiermee voldaan aan de eis van artikel 1021 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv). De arbiters zijn daarom bevoegd om het geschil te beslechten. Zij dienen gelet op het bepaalde in artikel 16 lid 1 van het reglement van de commissie (hierna: het reglement) te beslissen als goede personen naar billijkheid, met inachtneming van de tussen partijen geldende voorwaarden.
Als plaats van arbitrage is Den Haag vastgesteld.
Behandeling van het geschil
Op 31 maart 2025 heeft te Den Haag de mondelinge behandeling ten overstaan van de arbiters plaatsgevonden, bijgestaan door mevrouw mr. R.H.W. Theuns-van Waasdijk fungerend als secretaris.
De consument is ter zitting verschenen, vergezeld door zijn echtgenote. Namens de ondernemer zijn de heer [naam] (directeur Bouw) en mevrouw [naam] (bedrijfsjurist) ter zitting verschenen.
Beoordeling van het geschil
De commissie constateert dat partijen ter zitting een minnelijke regeling hebben bereikt. Dit betekent dat de commissie niet toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van het geschil. Volstaan wordt met het hierna vastleggen van de tussen partijen tot stand gekomen schikking.
De tussen partijen ter zitting tot stand gekomen schikking
De commissie stelt vast dat partijen ter beëindiging van dit geschil het volgende zijn overeengekomen.
1. De ondernemer zal uiterlijk 30 april 2025 een bedrag van € 3.750,00 betalen aan de consument,
2. Partijen betalen ieder de eigen kosten van de procedure.