Samenvatting uitspraak over correcties van oude jaarafrekeningen en verjaring

  • Home >>
  • Energie >>
De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Jaarafrekening    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 1318468/1326317

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over

De consument heeft sinds 2010 een energiecontract met vaste tarieven, dat in 2022 is overgenomen door de ondernemer. Over de jaren 2021, 2022, 2023 en 2024 zijn reguliere jaarafrekeningen ontvangen en betaald. In oktober 2025 meldde de ondernemer dat eerdere jaarafrekeningen moesten worden ingetrokken omdat de consument de meterstanden voor normaal- en daltarief had omgewisseld. De ondernemer maakte daarop één nieuwe afrekening over de periode augustus 2020 tot september 2025. De consument vond dit verwarrend en beriep zich op verjaring. De ondernemer erkende dat het wellicht beter was geweest om alleen het meest recente jaar te corrigeren. De commissie oordeelt dat de jaarafrekeningen over 2022 en 2023 zijn verjaard, omdat de ondernemer deze niet tijdig heeft “gestuit”. Daarom mag de ondernemer deze jaren niet meer corrigeren. Alleen vanaf 17 september 2023 kan nog een correctie worden opgelegd. De klacht is dus gedeeltelijk gegrond: correcties vóór 17 september 2023 vervallen, correcties daarna blijven staan. De ondernemer moet daarnaast € 52,50 klachtengeld vergoeden en behandelingskosten betalen.

De volledige uitspraak

Samenvatting

De consument heeft op 16 juli 2010 een energiecontract (met vaste tarieven) afgesloten met [bedrijf]. Dit contract is onder dezelfde voorwaarden overgenomen op 1 september 2022 door [ondernemer]. Van [bedrijf] heeft de consument zoals gebruikelijk jaarafrekeningen ontvangen over de jaren: 2021 (augustus 2020 t/m juli 2021), 2022 (augustus 2021 t/m augustus 2022) en van [ondernemer] over 2023 (september 2022 tot en met augustus 2023) en 2024 (september 2023 tot en met 15 september 2024).

Op 5 oktober 2025 informeert de ondernemer de consument dat zij een controle heeft uitgevoerd, de ondernemer trekt de jaarafrekeningen van 2021, 2022, 2023 in, omdat er een fout zou zijn gemaakt. De ondernemer komt met een nieuwe afrekening over de periode augustus 2020 tot en met 15 september 2025. De fout is gelegen dat de consument weliswaar de correcte meterstanden heeft doorgegeven, maar een vergissing heeft gemaakt in de meterstanden van het dal tarief en normaal tarief. De consument heeft dit omgewisseld.

De consument vindt het erg verwarrend en stelt dat de jaarafrekeningen zijn gemaakt en voldaan. Verder beroept de consument zich op verjaring (artikel 7:28 BW).

De ondernemer stelt dat het een administratieve afrekening is en dat het klopt met de feitelijk afgenomen elektriciteit, er is een enkele gasmeter, hier heeft geen correctie op hoeven plaatsvinden. Op 28 september 2022 heeft de ondernemer de consument per brief geïnformeerd dat hij de rechtsopvolger van [bedrijf] is en om die reden gerechtigd is om betalingen in ontvangst te nemen die ten tijde van [bedrijf] zijn ontstaan.

Over het beroep op verjaring reageert de ondernemer in zijn verweerschrift als volgt: ‘Het was gelet op de situatie zoals die nu is ontstaan wellicht beter geweest om de correctie te beperken tot het afgelopen jaar, daar er nu een beroep wordt gedaan op de verjaring.’

Beoordeling

Consument had aanvankelijk een contract met [bedrijf], de rechtsopvolger is [ondernemer]. Er zijn tot en met september 2024 jaarafrekeningen opgemaakt en voldaan. Hierover is geen discussie. Over de periode augustus 2020 tot september 2024 is er in oktober 2025 een discussie ontstaan tussen consument en ondernemer over de jaarafrekeningen van 2021 tot en met september 2024. De consument beroept zich op verjaring en de ondernemer ontkent de verjaring niet en brengt naar voren in zijn verweerschrift dat gelet op de situatie het wellicht beter was geweest om de correctie alleen te beperken tot 2024. Op 5 oktober 2025 zijn de meterstanden rechtgetrokken door de ondernemer, gelijk met de berekening van de jaarafrekening 2025.

De commissie oordeelt dat de jaarafrekeningen uit 2022 en 2023 zijn voldaan en niet gestuit, dat wil zeggen dat de ondernemer de consument tijdig heeft laten weten dat de jaarafrekeningen nog niet definitief zijn. Het gevolg hiervan is dat de ondernemer niet eenzijdig een correctie van de jaarrekeningen over 2022 en 2023 kan opleggen. De consument is het oneens met alle correcties. De commissie oordeelt dat er alleen door de ondernemer een correctie kan worden opgelegd aan de consument vanaf 17 september 2023. De periode daarvoor is verjaard, immers artikel 7:28 BW bepaald dat bij een consumentenkoop de vordering tot betaling van de koopprijs verjaart na twee jaar. De klacht is gegrond voor wat betreft de gecorrigeerde eindeafrekeningen tot 17 september 2023 en de klacht is ongegrond voor de (gecorrigeerde) eindafrekeningen vanaf 17 september 2023 tot heden voor zover relevant.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ten dele gegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De klacht is gegrond voor wat betreft de gecorrigeerde eindeafrekeningen tot 17 september 2023 en de klacht is ongegrond voor de (gecorrigeerde) eindafrekeningen vanaf 17 september 2023 tot heden. De commissie wijst het overige gevorderde af.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Deze behandelingskosten worden geheel betaald.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit mevrouw mr. drs. A.M.M. van Breugel, voorzitter, de heer mr. F.J. Pirard, de heer drs. L. van Rootselaar, leden, op 17 april 2026.

Opslaan als PDF