Scheurvorming in gietvloer niet veroorzaakt door ondernemer

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Afbouw    Categorie: Schade    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 1006314/1136070

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Deze uitspraak gaat over een consument die klachten had over adervorming, scheurvorming en plaatselijke onthechting van een gietvloer. Volgens de consument werden de problemen steeds erger en moest de ondernemer de vloer herstellen of een schadevergoeding betalen. Uit het onderzoek van de deskundige bleek echter dat de zichtbare aders en scheuren zijn ontstaan door werking van de onderliggende vloer in combinatie met de vloerverwarming en niet door fouten bij het aanbrengen van de gietvloer. De gietvloer en egalisatielaag waren volgens de deskundige correct aangebracht. Ook worden de zichtbare aders volgens de geldende beoordelingsrichtlijnen niet als gebrek gezien wanneer de scheuren pas na het aanbrengen van de vloer zijn ontstaan. De commissie neemt deze conclusie over en oordeelt dat de ondernemer het werk deugdelijk heeft uitgevoerd. Daarom wordt de klacht afgewezen.

 

De volledige uitspraak

 

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft een gietvloer.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Naadvorming in gietvloer in de vorm van lichte adervorming op diverse plekken, beginnende scheurvorming en loslaten van de gietvloer op diverse plaatsen.

Gietvloer en Egaline laag in juni 21 aangebracht.
In het tweede jaar ontstond er een vertekening in de PU vloer hetgeen als niet verontrustend werd beschouwd. Echter deze vertekening zette zich door waarbij een lichte naad zichtbaar werd. Dit medio juli 2024 gemeld bij de ondernemer die het aangaf dat de schade het gevolg zou kunnen zijn van aardbeving schade.

Daarop schade gemeld bij IMG, instituut mijnbouwschade. Na beoordeling van de vloer is een rapport opgesteld waarin de volgende conclusie is weergegeven

Conclusie IMG S-4716224
Dergelijke schade kan naar zijn aard niet zijn ontstaan of zijn verergerd door bodembeweging als gevolg van mijnbouwactiviteiten. Deze bodembeweging (trillingen, diepe bodemdaling en -stijging, indirecte zettingen door diepe bodemdaling en -stijging) kunnen namelijk niet tot zulke schade leiden. Dit betekent dat het bewijsvermoeden niet van toepassing is op deze schade. De deskundige adviseert daarom geen vergoeding voor deze schade toe te kennen.

Deze info gedeeld met leverancier van de vloer maar deze komt niet met een oplossing.
Wel zie ik in de reactie een conclusie dat de broodjesvloer is gaan werken hetgeen ik zonder onderzoek erg voorbarig vind. Mogelijk is de Egaline los geraakt van de dekvloer, deze vertoonde bij het droogproces diverse craquelé vormige naden. Dit werd toen aangegeven als niet nadelig.

Gezien de vele losliggende delen en ader en naadvorming zie ik een proces wat door de jaren verslechterd. Verlang dan ook een oplossing van de leverancier, mogelijk door reparatie en anders schadeloosstelling

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Wij zijn akkoord met de rapportage van de door de commissie ingeschakelde deskundige.

Rapport van de deskundige

De deskundige heeft voor zover thans van belang het volgende gerapporteerd.

In de vloerafwerking zijn meerdere aders zichtbaar, variërend van duidelijk zichtbaar tussen de keuken en woonkamer tot nauwelijks zichtbaar haaks op de wanden van de woonkamer. De scheurtjes doen zich allen voor in dwarsrichting op de onderliggende ingefreesde verwarmingsleidingen. Bij enkele aders kan een holle klank worden vastgesteld, bij andere delen van de aders klinkt de dekvloer (nog) niet onthecht van de ondergrond.

Op grond van klankkleur acht ik onthechting tussen dekvloer en constructievloer aan de orde en niet tussen de egalisatielaag en de dekvloer. Consument geeft aan dat de vloerverwarming dit jaar nog niet in gebruik is en dat bij voorgenomen ingebruikname zowel de kamerthermostaat als de thermostaat op de verdeler opwaarts worden bijgesteld. Op mijn verzoek is de kamerthermostaat zodanig verhoogd dat de verwarming ging werken. Indien een dekvloer van vloerverwarming wordt voorzien, in hechtende of niet-hechtende uitvoering, zullen gedurende de gebruiksperiode door temperatuurwisselingen thermische spanningen in die dekvloer optreden. Betreft het een niet-hechtende dekvloer die door dilataties in strikt rechthoekige vakken werd verdeeld, dan is de kans op scheurvorming beperkt, maar zijn velddilataties in het vloeroppervlak blijvend zichtbaar aanwezig.

Als een hechtende dekvloer door infrezen van verwarming wordt voorzien zal bij gebruik van de vloerverwarming door de optredende temperatuurwisselingen een schuifspanning ontstaan in de op elkaar aangebrachte lagen. Aangezien de dekvloer niet eerder op die wijze werd belast is de mate van aanwezige hechting met de constructievloer niet bepaald (of bepaalbaar) en kan bij overschrijding van de hechting de optredende schuifspanning tot onthechting leiden. Is eenmaal onthechting aan de orde ontstaat een spanningsconcentratie ter plaatse van die onthechtingen, zodat bij afkoeling juist daar, en dan nog het meest voor de hand liggend ontspringend vanuit uitwendige hoeken van bouwdelen als deurposten, scheurvorming in de dekvloer ontstaan.

Die scheur zal reflecteren in de aangebrachte egalisatielaag en gietvloer, al maakt de dikte van de egalisatielaag die kans kleiner en het gevolg beperkter. De toepassing van 20mm egalisatie is zonder meer bovengemiddeld en geeft hier dus een betere bescherming. Het aangetroffen aderpatroon correspondeert niet met patroon van krimpscheurtjes in de egalisatielaag. Dat had zo kunnen zijn indien de scheurtjes ernstiger waren dan door ondernemer aangegeven, maar in dit geval is er geen oorzakelijk verband aan de orde. Er is ook geen onthechting van de gietvloer (van belang gezien het gesteld niet scheuren van de egalisatielaag, hetgeen overigens door ondernemer wordt ontkend) of de egalisatielaag (op klankkleur beoordeeld) aan de orde.

Ten aanzien van de vloerafwerking is geen sprake van open scheurlijnen. Het betreft strikt insnoeringen van de elastische vloerafwerking door scheurvorming in de ondergrond die na applicatie van de gietvloer is ontstaan. Voor de beoordeling van kunstharsgebonden gietvloeren is er een onafhankelijke richtlijn ontwikkeld. Deze richtlijn (“Specificatie en beoordeling van kunstharsgebonden gietvloeren op esthetische aspec ten”, uitgegeven door de Stichting BouwResearch te Rotterdam onder nummer K653.14) is door deskundige gehanteerd bij de beschouwing van de door consument aangegeven onvolkomenheden. Hoewel deze richtlijn niet specifiek tussen partijen is overeengekomen geldt deze als een onafhankelijke beschrijving voor de beoordeling van goed en deugdelijk werk.

Ten aanzien van de aanwezigheid van aders stelt deze publicatie in $5.6.2 het volgende: “Voor het zichtbaar zijn van aders in de kunstharsgebonden gietvloer is geen classificatie opgenomen. Wel geldt: • Indien de kunstharsgebonden gietvloer is doorgezet over een al aanwezige scheur in de ondergrond en niet vooraf schriftelijk is gewaarschuwd voor mogelijke adervorming, wordt optredende adervorming als een gebrek aangemerkt. • Aders in de kunstharsgebonden gietvloer op plaatsen waar pas na het aanbrengen van de kunstharsgebonden gietvloer scheuren zijn ontstaan in de ondergrond, worden niet als gebrek aangemerkt.“ In dit geval betreft het aders boven nieuwe scheuren (door thermische werking van de vloerverwarming) en is sprake van de tweede situatie. De aders zijn gebruik-gerelateerd en worden niet als gebrek aangemerkt.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting onderschrijft ook de commissie in grote lijnen het rapport van de deskundige. Ter zitting heeft de consument nog opgemerkt dat de deskundige zou hebben verzuimd onderzoek te doen naar onthechting bij de voordeur. De commissie gaat hieraan voorbij, omdat de problemen worden veroorzaakt door de verwarming en niets te maken hebben met de door de ondernemer uitgevoerde werkzaamheden. Naar het oordeel van de commissie kan niet worden gezegd dat de ondernemer in gebreke is gebleven de tussen partijen gesloten overeenkomst deugdelijk na te komen. De klacht treft geen doel.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Daarom wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Afbouw, bestaande uit de heer D.J. Buijs, voorzitter, de heer mr. B.C. Westenbroek en de heer mr. B.W. Weilers, leden, op 18 november 2025.

Opslaan als PDF