Schikking bereikt over energiediefstal: finale kwijting

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie Zakelijk    Categorie: Verbruik    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: schikking ter zitting   Referentiecode: 564081/667899

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De netbeheerder stelde dat de meter van de verbruiker was gemanipuleerd en berekende een bedrag van €10.517,65 wegens energiediefstal. Na bezwaar werd dit verlaagd tot €2.876,05. De verbruiker betwistte de manipulatie en wees op mogelijke defecten door ouderdom van de meter. Tijdens de zitting kwamen partijen tot een schikking: de verbruiker betaalt €1.750 uit het depotbedrag, het restant van €1.126,05 wordt teruggestort. Daarmee hebben partijen niets meer van elkaar te vorderen en is finale kwijting verleend.

De volledige uitspraak

Samenvatting
Het geschil betreft het door het bedrijf in rekening gebrachte verbruik van elektriciteit.

De verbruiker/aangeslotene heeft op 15 februari 2024 de klacht bij het bedrijf ingediend.

De verbruiker/aangeslotene heeft een bedrag ter grootte van € 2.876,05 niet betaald en bij de commissie in depot gestort.

Standpunt van de verbruiker/aangeslotene
Voor het standpunt van de verbruiker/aangeslotene verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern en voor zover hier van belang komt het standpunt op het volgende neer.

De verbruiker/aangeslotene heeft vanaf januari 2022 een energiecontract met [ Naam energieleverancier ]. Het bedrijf is de (regionale) netbeheerder. Op 7 februari 2024 ontving de verbruiker/aangeslotene van het bedrijf een aansprakelijkstelling. Bij een controle op 5 december 2023 zou zijn geconstateerd dat het zegel van de meter was verbroken en dat wegens energiediefstal een bedrag van € 10.517,65 was verschuldigd. 0Na bezwaren daartegen van de verbruiker/aangeslotene is dit bedrag verlaagd tot € 2.876,05. Het bedrijf heeft niet aangetoond dat de verbruiker/aangeslotene de meter heeft gemanipuleerd. Gelet op de ouderdom van de meter kan deze ook defect zijn geweest.

Het door het bedrijf berekende bedrag is gebaseerd op een verbruik in 5 wintermaanden en een periode nadat de verbruiker/aangeslotene meerdere apparaten had aangeschaft. Daarvan was daarvoor geen sprake.

Ter zitting heeft de verbruiker/aangeslotene verder in hoofdzaak voor zover van belang nog het volgende aangevoerd.

In het kader van een minnelijke regeling van het geschil van partijen kan de verbruiker/aangeslotene ermee akkoord gaan dat hij tegen finale kwijting een bedrag van € 1.750,– aan het bedrijf voldoet.

Standpunt van het bedrijf
Voor het standpunt van het bedrijf verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern en voor zover hier van belang komt het standpunt op het volgende neer.

Primair is het bedrijf van mening dat de commissie de verbruiker/aangeslotene niet-ontvankelijk dient te verklaren omdat de verbruiker/aangeslotene de klacht niet uiterlijk 3 maanden nadat de klacht bij het bedrijf is ingediend, bij de commissie aanhangig heeft gemaakt. Het bedrijf wijst daartoe op artikel 18 lid 2 van de toepasselijke AV. Het bepaalde in artikel 6 van het Reglement van de commissie verhoudt zich daarmee niet.

Op 5 december 2023 is een controle bezoek geweest waarbij is geconstateerd dat de originele zegels zijn verbroken en zijn vervangen door valse zegels. Uit de omstandigheid dat de telwerkrollen niet meer op een lijn stonden, maar een telwerkrol was verschoven, kan worden afgeleid dat de meter is teruggedraaid. Doordat de standen daarmee niet meer betrouwbaar waren is een herberekening van het verbruik gemaakt. De uiteindelijke vordering van het bedrijf is gebaseerd op een herberekening gebaseerd op de periode van 5 december 2023 tot 10 april 2024 en leidde tot het bedrag van € 2.876,05. De zorgplicht van de verbruiker/aangeslotene is in artikel 4.6 sub b. van de algemene voorwaarden neergelegd.

Van een registratie van de verbruiker/aangeslotene als fraudeur, oplichter of wanbetaler is bij het bedrijf geen sprake.

Ter zitting heeft het bedrijf verder in hoofdzaak voor zover van belang het volgende aangevoerd.

In het kader van een minnelijke regeling kan het bedrijf ermee akkoord gaan dat de verbruiker/aangeslotene aan hem tegen finale kwijting een bedrag van € 1.750,– betaalt.

Beoordeling
De commissie heeft het volgende overwogen.

Partijen hebben ter zitting een oplossing voor de beëindiging van hun geschil bereikt. De commissie komt dan ook niet meer toe aan een inhoudelijke beoordeling van het aan haar voorgelegde geschil en volstaat met de vastlegging van de schikking.

Derhalve wordt als volgt vastgesteld.

Beslissing
De verbruiker/aangeslotene betaalt een bedrag van € 1.750,- aan het bedrijf.
Betaling van dit bedrag vindt plaats door overmaking van een bedrag van € 1.750,- van het gedeponeerde bedrag aan het bedrijf.

Het resterende depotbedrag van € 1.126,05 wordt teruggestort op de rekening van de verbruiker/aangeslotene.

Na uitvoering van deze overeenkomst hebben partijen terzake niets meer van elkaar te vorderen en verlenen zij elkaar over en weer finale kwijting.

Iedere partij draagt de eigen kosten.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is het bedrijf aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Deze behandelingskosten worden geheel betaald.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie zakelijk, bestaande uit de heer mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, de heer J.H.P.T. den Ouden, de heer P.C.J. Dinkgreve RA, leden, op 19 februari 2025.

Opslaan als PDF