Seizoensplaats blijkt vaste plaats; overeenkomst te kwalificeren als een vaste standplaatsovereenkomst. Forfaitaire vergoeding wegens herstructurering toegewezen

  • Home >>
  • Recreatie >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Recreatie    Categorie: Huurovereenkomst m.b.t. vaste standplaatsen    Jaartal: 2013
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: REC08-0010

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de vraag of de consument aanspraak heeft op vergoeding bij het einde van de standplaatsovereenkomst.   Standpunt van de consument   Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.   De consument stelt dat de standplaatsovereenkomst door de ondernemer is opgezegd bij brief van 19 november 2007 tegen 1 januari 2008. De ondernemer heeft de termijn uit de Recron-voorwaarden niet in acht genomen. De plaats die is aangeboden was veel luxer en veel duurder en bood daarmee geen aanvaardbaar alternatief. De ondernemer weigert de vergoeding uit artikel 10 lid 6 sub b van € 1.350,– te betalen.   Standpunt van de ondernemer   De ondernemer heeft gesteld dat met de consument een huurovereenkomst bestond met betrekking tot een toeristische plaats en niet met betrekking tot een vaste plaats. Daarom is de vergoedingsregeling waarop de consument zich beroept niet van toepassing, aldus de ondernemer.   Beoordeling van het geschil   De commissie heeft het volgende overwogen.   Uit de antwoorden die ter zitting op vragen van de commissie zijn gegeven blijkt dat in de praktijk de caravan van de consument het gehele kalenderjaar door op de standplaats bleef staan en de ondernemer verblijf in de caravan ook gedurende het hele jaar toestond. De aansluiting op het waterleidingnet werd in het najaar afgesloten en in het voorjaar weer aangesloten maar tussentijds kon de consument voor water en sanitaire voorzieningen gebruik maken van de daarvoor aanwezige gebouwen.   Van doorslaggevend belang in deze zaak oordeelt de commissie dat uit de hiervoor geschetste praktijk volgt dat niet gesproken kan worden van een winterstalling op de standplaats waarbij nog komt dat in de factuur van 23 april 2007 vermeld is: “[nummer] Jaarplaats Comfort”. Om deze redenen dient de overeenkomst gekwalificeerd te worden als een vaste standplaatsovereenkomst die bij opzegging de consument aanspraak geeft op de gevorderde vergoeding die daarom wordt toegewezen. Nu de consument aan de schending van de opzegtermijn geen gevolgen verbindt, zal de commissie zich daarover niet uitlaten.   De klacht is gegrond.   Beslissing   De commissie verklaart de klacht gegrond.   De commissie bepaalt dat de ondernemer binnen 14 dagen na de datum van verzending van dit bindend advies aan de consument een bedrag van € 1.350,– dient te betalen.   Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 50,– aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.   Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie als bijdrage in de behandelingskosten van het geschil een bedrag verschuldigd van € 90,–.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Recreatie op 28 mei 2008.