Commissie: Energie
Categorie: Tariefbepalingen
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ten dele gegrond
Referentiecode:
852059/1119405
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument vindt dat de aanbieder te hoge warmtetarieven rekent en dat er onjuist wordt gefactureerd. Hij verwijst naar zijn oude contract, waarin jaarlijks werd afgerekend en tarieven werden berekend op basis van liters en indexatie. Volgens hem houdt de aanbieder zich daar niet aan en geeft hij geen volledige uitleg. De aanbieder legt uit dat het tarief is berekend volgens de ACM‑maximumtarieven en dat alleen extra administratiekosten zijn toegevoegd omdat de consument geen automatische incasso gebruikt. De commissie vindt deze uitleg voldoende en verklaart dit deel van de klacht ongegrond. Over de factureringswijze krijgt de consument wél gelijk: de aanbieder had niet mogen overstappen van jaarlijkse naar maandelijkse facturatie. Dat deel van de klacht is gegrond. De overige vragen van de consument gaan volgens de commissie niet over concrete klachten, maar om verzoeken om informatie. De aanbieder heeft daarop al gereageerd. De klacht is daarom gedeeltelijk gegrond.
De volledige uitspraak
Samenvatting
Het geschil betreft de hoogte van de tarieven die in rekening worden gebracht voor de levering van warmte en de wijze waarop wordt gefactureerd.
Beoordeling
Achtergrond
In 2018 heeft de aanbieder het contract dat de consument had met zijn oude leverancier van warmte overgenomen.
De klacht
De consument heeft de volgende klacht ingediend bij de commissie:
De aanbieder heeft in 2018 de energielevering, overgenomen van de oude leverancier. Het contract van de oude leverancier is gebaseerd op levering liters en een indexatie verrekening. Na enige briefwisselingen is bevestigd dat koop het oude contract niet breekt. De aanbieder heeft een tarief van € 997,22 vastgesteld voor 2023. ACM heeft bepaald dat het maximale tarief € 752,16 is. Door de aanbieder is hun tarief van € 997,22 nooit gecorrigeerd en onderbouwd. Het oude contract wordt niet nageleefd, de index berekeningen zijn beantwoord in de mail van 29 november en geven geen antwoord op de gestelde vraag. De aanbieder brengt nu € 752,16 in rekening.
De aanbieder stelt dat jaarlijkse betalingen niet meer mogelijk zijn en dat nu maandelijks vooraf betaald moet gaan worden. Dit is in strijd met het tot 2024 gehanteerde en volgens de aanbieder geldende contract van de oude leverancier.
Na duidelijkheid door het ACM bepaalde tarief blijven er vragen over leveringskwaliteit en onderhoud onbeantwoord. Onze laatste brief van 26 september is beantwoord in delen. Per mail 29 nov 2024 17:48:48 en 13 december 2024
• De indexberekening berekend vanaf aanvang contract?
• Het jaarlijkse vastrecht is bepaald door de index berekening. De te betalen jaarlijkse levering wordt bepaald door ACM. De aanbieder doet geloven dat zij dit vaststellen?
• Het oude contract voorzien van het logo van de aanbieder?
• De Nieuwe Algemene Leverings Voorwaarden zijn van toepassing?
• Mag er gevraagd worden naar leveringszekerheid? Het contract spreekt van een goede werking van het Energiesysteem?
• Mogen wij vragen naar brondebiet, bronwater, temperatuur en waterkwaliteit?
• In de berekening van de oude leverancier is de levering van koeling inclusief. De aanbieder rekent hiervoor extra kosten. Waarom mag dit berekend worden?
• De leeftijd van het Energiesysteem
Het verweer
De aanbieder geeft aan dat het tarief dat hij in rekening brengt overeenstemt met de door de ACM vastgestelde maximumtarieven maar wordt verhoogd met administratiekosten omdat de klant niet akkoord is gegaan met automatische incasso.
Ten aanzien van het maandelijks in plaats van jaarlijks factureren geeft de aanbieder de consument gelijk en zegt hij toe dit te zullen aanpassen.
Ten aanzien van de overige punten geldt dat de aanbieder meent dat die voor de geschillencommissie niet relevant zijn.
Beoordeling
De geschillencommissie volgt de aanbieder ten aanzien van de berekening van het tarief. De aanbieder heeft uitgelegd hoe dit tarief tot stand komt en is geïndexeerd en heeft daarbij laten zien dat hij zich houdt aan de door de ACM vastgestelde maximumtarieven. In zoverre is de klacht ongegrond.
Met betrekking tot het periodiek factureren heeft de aanbieder aangegeven dat de consument gelijk heeft. In zoverre is de klacht gegrond.
Ten aanzien van de overige door de consument aangevoerde punten geldt dat de commissie daar verzoeken om nadere informatie maar geen concrete klacht in leest. De commissie volstaat met de constatering dat de aanbieder in zijn verweerschrift op die vragen is ingegaan.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ten dele gegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie verklaart de klacht gegrond voor zover deze betrekking heeft op het niet jaarlijks aan de consument factureren.
Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Deze behandelingskosten worden geheel betaald.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. H.F.R. van Heemstra, voorzitter, de heer R.A. Timmer, de heer H.H. van der Linden, leden, op 13 oktober 2025.