Commissie: Energie
Categorie: Teruglevering
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
1329808/1333487
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De commissie oordeelt dat de ondernemer de terugleverbijdrage correct heeft berekend op basis van de overeengekomen productvoorwaarden. De consument vindt het onredelijk dat de bijdrage wordt berekend over de bruto teruglevering, omdat hij netto slechts 512 kWh verbruikte. Hij vraagt zich bovendien af of de berekening klopt. De ondernemer wijst erop dat eind 2024 een nieuwe overeenkomst is gesloten waarin artikel 7 van de Productvoorwaarden bepaalt dat de bijdrage wordt berekend over de bruto teruglevering. De commissie benadrukt dat zij niet bevoegd is om tarieven op redelijkheid te toetsen; dat is een taak van de ACM. De commissie stelt vast dat de consument over het hoofd ziet dat hij een nieuwe overeenkomst heeft gesloten waarin deze kostenstructuur expliciet is opgenomen. De bijdrage is op dagbasis vermeld in de factuur en sluit aan bij wat contractueel is afgesproken. Daarom is de berekening juist en wordt de klacht ongegrond verklaard.
De volledige uitspraak
Samenvatting
De consument acht de door de ondernemer berekende terugleverbijdrage niet juist. De commissie stelt vast dat deze bijdrage berekend is conform de tussen partijen gesloten overeenkomst.
Beoordeling
De consument voert aan dat hij in de periode 19 januari 2025 tot 19 januari 2026, waarover hij een factuur van de ondernemer heeft gekregen, een stroomverbruik heeft gehad van 5424 kWh. Hij heeft in die periode 4912 kWh teruggeleverd, zodat hij een netto verbruik heeft gehad van 512 kWh. De consument vindt het niet redelijk dat de terugleverbijdrage berekend wordt over de bruto teruglevering. Bovendien vraagt hij zich af of de berekende bijdrage juist is.
De ondernemer wijst erop dat partijen eind 2024 een nieuwe overeenkomst hebben gesloten. De op basis van die overeenkomst geldende Productvoorwaarden bepalen in artikel 7 dat de berekening van onderhavige bijdrage over de bruto levering plaatsvindt.
De commissie overweegt, gelijk zij in eerdere bindende adviezen heeft uitgemaakt, dat zij niet bevoegd is te oordelen over de redelijkheid van een tarief. Dat doet de Autoriteit Consument en Markt (ACM). Zie bijvoorbeeld de uitspraak onder nummer 466302/507651, te kennen op de website van de commissie onder uitspraken, waarnaar de commissie kortheidshalve verwijst.
Voor het overige ziet de consument kennelijk over het hoofd dat hij eind 2014 een nieuwe overeenkomst met de ondernemer heeft gesloten, op grond waarvan de terugleverbijdrage door de ondernemer in rekening gebracht kan worden. Het tarief is in de leveringsovereenkomst opgenomen en is op dagbasis in de ter discussie staande factuur vermeld. De betreffende berekening is, naar de commissie vaststelt, conform het overeengekomen. De conclusie is dan ook dat de vordering afgewezen wordt.
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie wijst de klacht af.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. R.J. Paris, voorzitter, de heer mr. F.J. Pirard, de heer drs. L. van Rootselaar, leden, op 22 mei 2026.