Terugleverkosten niet toegestaan wanneer deze niet in het aanbod zijn vermeld

  • Home >>
  • Energie >>
De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Kosten    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 1321555/1325091

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Deze uitspraak gaat over een consument die via een intermediair een energiecontract had afgesloten. Later bracht de ondernemer € 552,- aan terugleverkosten in rekening. De consument stelde dat deze kosten niet waren genoemd in het aanbod waarmee hij akkoord was gegaan. De ondernemer voerde aan dat de terugleverkosten wel in de contractbevestiging stonden en dat een eventuele fout bij de intermediair lag. De commissie oordeelt dat uit het aanbod van de intermediair niet bleek dat terugleverkosten verschuldigd zouden zijn. Ook was niet duidelijk gemaakt dat de voorwaarden na het accepteren van het aanbod nog konden worden gewijzigd. Daarom mocht de consument ervan uitgaan dat geen terugleverkosten zouden worden gerekend. De commissie wijst erop dat de ondernemer verantwoordelijk blijft voor de informatie die namens hem door een intermediair wordt verstrekt. De klacht is daarom gegrond. De ondernemer moet € 552,- aan de consument terugbetalen en daarnaast het klachtengeld van € 52,50 vergoeden.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

De klacht is gegrond. Uit het voorstel van de intermediair blijkt niet dat de ondernemer terugleverkosten in rekening kon brengen. Dat dit wel in het contract staat kan de commissie niet vaststellen en acht zij gezien de omstandigheden ook niet relevant. De ondernemer kan zich niet verschuilen achter de intermediair.

Beoordeling

De consument stelt zich op het standpunt dat de ondernemer een bedrag van € 552,- aan terugleverkosten in rekening heeft gebracht, terwijl zij hiertoe niet bevoegd was. Dit stond namelijk niet in het contract dat hij via een intermediair heeft afgesloten. De consument verzoekt om terugbetaling van dit bedrag.

De ondernemer betwist dat zij geen bevoegdheid heeft om het bedrag van aan terugleverkosten in rekening te brengen. Als er al een fout is gemaakt bij het contractvoorstel dan is dat een fout geweest van de intermediair. Na het afsluiten van het contract heeft de ondernemer direct een contractbevestiging gestuurd, waarin de juiste tarieven, waaronder de terugleverkosten per kWh, zijn vermeld. Deze zijn ook beschikbaar gesteld in de online omgeving van de ondernemer.

De commissie acht de klacht gegrond. De consument is akkoord gegaan met het voorstel van de intermediair namens de ondernemer. Uit dat voorstel blijkt niet dat de ondernemer terugleverkosten in rekening kon brengen; terugleverkosten worden in dat voorstel in het geheel niet genoemd. Verder blijkt uit dat voorstel niet dat de voorwaarden van het voorstel en/of de overeenkomst nog konden worden aangepast na het ontvangen door de consument van het contract. Dat in het contract wel terugleverkosten genoemd staan, zoals de ondernemer heeft betoogd, kan de commissie niet vaststellen (omdat de ondernemer het contract niet heeft overgelegd), maar is gezien het voorgaande ook niet relevant.

De ondernemer kan zich daarbij niet verschuilen achter (een fout van) de intermediair. Uit de Gedragscode Consument en Energieleverancier 2020 blijkt immers dat de ondernemer te allen tijde verantwoordelijk is voor de contacten met consumenten die door en namens hem plaatsvinden en de informatie die door en namens hem wordt verstrekt.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt toegewezen.

De ondernemer moet het bedrag van € 552,- aan de consument terugbetalen.
Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Deze behandelingskosten worden geheel betaald.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. J. Hoefnagel, voorzitter, de heer R.A. Timmer, mevrouw mr. A. Dantuma, leden, op 20 maart 2026.

Opslaan als PDF