Terugleverkosten terecht in rekening gebracht bij nieuw energiecontract

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Overeenkomst    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 1329449/1333504

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Deze uitspraak gaat over een consument die het niet eens was met de variabele terugleverkosten die op de jaarafrekening waren opgenomen. Volgens de consument waren deze kosten onder het vorige contract niet berekend en daarom zouden ze ook nu niet in rekening mogen worden gebracht. De commissie stelt vast dat de consument op 21 oktober 2024 een nieuw energiecontract heeft afgesloten waarin de variabele terugleverkosten duidelijk zijn opgenomen. Daarom mocht de ondernemer deze kosten vanaf dat moment in rekening brengen. Dat de consument hiervan niet op de hoogte was, verandert daar niets aan. Ook merkt de commissie op dat een voorschotbedrag slechts een schatting is en uiteindelijk wordt verrekend met het werkelijke energieverbruik. De commissie oordeelt dat de ondernemer correct heeft gehandeld en wijst het verzoek van de consument af.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

De consument had tot 21 oktober 2024 een (oud) energiecontract bij de ondernemer. In oktober 2024 heeft de ondernemer de gebruikelijke eindafrekening opgemaakt. Op die eindafrekening stonden geen variabele terugleverkosten van elektriciteit gemeld. De consument gaat akkoord met deze jaarafrekening.
Met ingang van 21 oktober 2024 sluit de consument een nieuwe overeenkomst met dezelfde ondernemer voor gas en elektriciteit voor een periode van twee jaar (tot 20 oktober 2026). In oktober 2025 maakt de ondernemer zoals te doen gebruikelijk een jaarafrekening op. Hier staan, en dat is nieuw voor de consument, variabele terugleverkosten, opgenomen. Deze terugleverkosten zijn opgenomen in de overeenkomst die in oktober 2024 is afgesloten, de nieuwe overeenkomst, zo leest de commissie en bevestigt de ondernemer op de hoorzitting. Verder merkt de consument op dat in september 2024 de ondernemer een nieuw aanbod heeft gedaan en daarbij een voorschot hebben vermeld van € 155,-. Na de afrekening in oktober 2024 bleken de afgenomen elektra en gas hoger dan geschat in september 2024. Hierop heeft de ondernemer een voorschot aan de consument geadviseerd in oktober 2025 van € 182,- per maand. De consument heeft dit hogere voorschot zelfstandig verlaagd naar het eerdere voorschotbedrag van € 155,-.
Het geschil komt erop neer of de terugleverkosten terecht zijn berekend door de ondernemer aan de consument met ingang van het nieuwe contract. De consument vindt van niet, dat was op de eerdere jaarafrekening ook niet gedaan. De ondernemer stelt dat er een nieuw contract is gesloten per 21 oktober 2024, waarin deze variabele terugleverkosten staan genoemd. Om die reden is de ondernemer gerechtigd om de variabele terugleverkosten in rekening te brengen bij de consument.

Beoordeling

Helder is dat onder het oude contract (tot 20 oktober 2024) geen terugleverkosten in rekening konden worden gebracht door de ondernemer. Dit is ook niet gebeurd. De consument heeft met dezelfde ondernemer een nieuw contact afgesloten per 21 oktober 2024 voor een periode van twee jaar. Hierin zijn de variabele terugleverkosten wel in het contract opgenomen. De ondernemer is gerechtigd om deze kosten in rekening te brengen. De consument heeft de nieuwe overeenkomst ontvangen en had kunnen weten dat er in het nieuwe contract variabele terugleverkosten in rekening zouden worden gebracht. Het wel of niet lezen van een overeenkomst door de consument komt niet voor risico en rekening voor de ondernemer. De klacht is ongegrond.
Ten aanzien van het voorschot merkt de commissie op dat een voorschot niet het definitieve bedrag is, maar een maandelijkse betaling aan de ondernemer die aan het einde van het jaar wordt verrekend met het daadwerkelijke gebruik.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De klacht is ongegrond. Terecht heeft de ondernemer variabele terugleverkosten in rekening gebracht. Het voorschot bedrag is het bedrag dat de consument per maand betaalt aan de ondernemer. Alle voorschotten over een jaar worden verrekend in de jaarlijkse eindafrekening van de daadwerkelijk afgenomen energie met kosten en belasting.

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Deze behandelingskosten worden geheel betaald.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit mevrouw mr. drs. A.M.M. van Breugel, voorzitter, mevrouw mr. W.N. Kip, mevrouw Y. Moll, leden, op 18 mei 2026.

Opslaan als PDF