Uitspraak over scheuren in gietvloer: klacht ongegrond verklaard

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Afbouw    Categorie: (non)conformiteit    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: bindend advies na tussenadvies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 396474/476829

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Een consument klaagde over scheuren in een gietvloer die kort na plaatsing zichtbaar werden. De ondernemer stelde dat er bij de voorinspectie en tijdens de werkzaamheden geen scheuren aanwezig waren. Een deskundige concludeerde dat de scheuren waarschijnlijk uit de ondergrond of constructievloer komen en niet door de gietvloer zelf zijn veroorzaakt. De commissie vond dit oordeel overtuigend en nam het over. Volgens de commissie heeft de ondernemer zijn informatie- en onderzoeksplicht niet geschonden, omdat van een vloerenbedrijf geen bouwkundig of destructief onderzoek mag worden verwacht. Daarom is de klacht ongegrond verklaard en wordt het verzoek van de consument afgewezen.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de kwaliteit van de door de ondernemer gelegde vloer.

Verdere beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De commissie stelt vast dat de klachten van de consument (scheuren in de gietvloer) na het tussenadvies door de ondernemer zijn weersproken en dat er volgens de ondernemer tijdens de voorinspectie en tijdens de werkzaamheden geen scheuren visueel aanwezig waren. Uit oogpunt van goede en efficiënte procesvoering was het beter als de ondernemer eerder schriftelijk of ter zitting van 17 januari 2025 dit verweer had gevoerd. De commissie ziet hierin echter geen aanleiding om het verweer van de ondernemer voor zover dat de oorspronkelijke klachten van de consument betreft buiten beschouwing te laten.

De door de commissie benoemde deskundige heeft in zijn deskundigenrapport van 20 november 2024 onder Vaktechnisch oordeel het volgende geconcludeerd:
“Mijn conclusie is dat de scheurvorming is ontstaan vanuit de ondergrond. Thermische spanning zal hebben bijgedragen, omdat spanningen nu eenmaal moeten worden opgeteld, maar het betreft naar alle waarschijnlijkheid bouwkundige scheuren in de dekvloer of zelfs de daaronder gelegen constructievloer die zich nu voortzetten in de aangebrachte overlagingen. De geleverde egalisatielaag en gietvloer tonen de scheuren wel, maar hebben die niet veroorzaakt. Het is niet onmogelijk dat de dekvloer na verwijderen van de tegelvloer dermate ruw is geweest dat partijen daarin aanwezige scheurlijnen niet hebben opgemerkt. Anderszins kan ook niet worden uitgesloten dat die scheuren nadien zijn ontstaan, de feitelijk uitgeoefende temperaturen en cycli van de verwarming laten zich immers niet controleren”.

Deze conclusie van de door de commissie benoemde deskundige komt de commissie zowel feitelijk als vaktechnisch overtuigend voor. De commissie is niet gebleken dat de deskundige van onjuiste feiten is uitgegaan, dan wel onjuiste maatstaven heeft gehanteerd. De commissie neemt de conclusie van de deskundige dan ook over en maakt deze tot de hare.

Voor zover de consument aan haar klacht ten grondslag heeft gelegd dat de ondernemer de door hem uitgevoerde werkzaamheden niet deugdelijk heeft uitgevoerd en dat hierdoor scheuren zijn ontstaan, is de klacht van de consument gelet op wat hiervoor is overwogen dan ook ongegrond. Het standpunt van de consument wordt niet onderschreven door de door de commissie benoemde deskundige en de commissie deelt het advies van de deskundige.

Anders dan de consument is de commissie verder van oordeel dat de ondernemer zijn informatie en/of onderzoeksplicht niet heeft geschonden. Tot de onderzoeksplicht van een vloerenbedrijf hoort in de regel niet het doen van bouwkundig en destructief onderzoek. Door de consument zijn geen feiten of omstandigheden gesteld die zouden kunnen leiden tot de conclusie dat dit in het specifieke geval van de consument anders is. Ook de deskundige heeft niet vastgesteld dat de ondernemer zijn informatie en/of onderzoeksplicht heeft geschonden.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Afbouw, bestaande uit de heer mr. A.G.M. Zander, voorzitter, de heer mr. B.C. Westenbroek, mevrouw mr. W. van den Berg, leden, op 31 maart 2025.

Opslaan als PDF