Vaste terugleverkosten niet contractueel overeengekomen; kosten ongeldig

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Teruglevering    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 1258403/1275895

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument maakt bezwaar tegen vaste terugleverkosten van € 434,99 die op de jaarnota van 7 juli 2025 zijn verschenen, omdat deze kosten niet in het contract stonden en volgens hem vooraf niet duidelijk zijn gecommuniceerd. De ondernemer stelt dat de kosten in de algemene voorwaarden en productvoorwaarden waren opgenomen en dat de consument daarmee heeft ingestemd. De commissie oordeelt echter dat terugleverkosten een essentieel prijsbestanddeel vormen dat expliciet in het contract zelf moet worden vermeld en niet mag worden “verstopt” in algemene voorwaarden. Omdat de ondernemer wist dat de consument zonnepanelen had en eerder geen terugleverkosten rekende, had hij deze kosten duidelijk in de overeenkomst moeten opnemen. De terugleverkosten maken daarom geen deel uit van het contract en mogen niet worden berekend. Wel ziet de commissie geen reden om boetevrij opzeggen toe te staan. Van het depotbedrag wordt € 434,99 aan de consument en € 196,88 aan de ondernemer uitgekeerd.

De volledige uitspraak

Samenvatting
Het geschil betreft het op de jaarnota van 7 juli 2025 in rekening gebrachte verbruik van energie, met name de vaste terugleverkosten van € 434,99, met een bij te betalen bedrag van € 631,88.

De consument heeft op 10 juli 2025 de klacht bij de ondernemer ingediend.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De consument maakt bezwaar tegen de door de ondernemer in rekening gebrachte terugleverkosten van € 434,99. Hij voelt zich misleid door de ondernemer bij het afsluiten van het drie jarige contract op 3 april 2024. Het contract is per e-mail bevestigd en ondertekend. De consument beschikt over zonnepanelen en lever stroom terug aan het net. In het contract is niet vermeld dat sprake is van vaste terugleverkosten van € 434,99. Deze kosten werden pas op de jaarnota zichtbaar.

Voorafgaand aan de contractsluiting is geen expliciete en duidelijke communicatie geweest over deze extra kosten. De consument zou zonder kennis van deze belangrijke kostenpost de overeenkomst nooit zijn aangegaan.

De in rekening gebrachte kosten zijn prijs-essentieel. Volgens artikel 6:230 m en artikel 6:193c BW moeten deze duidelijk voor de contractsluiting worden vermeld. Een enkele verwijzing naar AV is onvoldoende. Te veel informatie maakt onduidelijk volgens de ondernemer, maar dat geldt niet voor dergelijke grote structurele lasten. Transparantie daarvan voorkomt juist misleiding. Het door de ondernemer genoemde “Tiketa” – arrest ging over niet-essentiële kosten. Vaste terugleverkosten behoren tot de kern van de prijs en moeten daarom expliciet worden genoemd. In het aanbod benadrukte de ondernemer het voordeel van het aanbod, maar verzweeg een verborgen kostenpost.

De consument verlangt dat de kostenpost wordt geschrapt en dat hij boetevrij naar een andere leverancier mag overstappen.

Ter (digitale) zitting heeft de consument verder nog in hoofdzaak het volgende aangevoerd.

De consument heeft kennisgenomen van de mededeling van de voorzitter van de commissie dat het stuk dat de ondernemer daags voor de zitting heeft ingestuurd, buiten beschouwing blijft, maar het de ondernemer vrijstaat daaruit ter zitting te citeren.

De kosten staan in de Algemene Voorwaarden nogal verscholen vermeld. Substantiële kosten horen in het contract te staan. Er is een transparantie verplichting van de ondernemer. De consument was al klant van de ondernemer en kreeg in 2024 een loyaliteitsaanbieding met een bonus. De ondernemer wist dat hij zonnepanelen had. Het was een mooi aanbod. De consument is nog steeds klant van de ondernemer. De consument ziet niet in dat hij een risico heeft genomen door de algemene voorwaarden en de productvoorwaarden niet of minder goed te lezen. Hij heeft het contract wel goed doorgelezen, maar daarin worden de kosten niet genoemd. Voor het aangaan van het contract was geen sprake van terugleverkosten bij de ondernemer. De consument wilde graag een contract voor langere duur met vaste tarieven aangaan. De consument is niet akkoord gegaan met de deze kosten, die niet in het contract staan.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Op 3 april 2024 heeft de consument de leveringsovereenkomst via de website van de ondernemer met drie jaar verlengd. De volgende documenten, die op de overeenkomst van toepassing zijn verklaard, zijn voorafgaand aan de offerte, via de webpagina en in de ontvangstbevestiging aan de consument verstrekt:
– Algemene Voorwaarden 2017;
– Contract- en productvoorwaarden particulier;
– Aansluit- en transportovereenkomst;
– Algemene Voorwaarden voor aansluiting gas en/of elektriciteit;
– Kwaliteitscriteria kleinverbruikers;
– Modelformulier ontbinding/herroeping.

De jaarnota is op 7 juli 2025 aan de consument gestuurd, te betalen € 631,88. De consument heeft daartegenop 8 juli 2025 bezwaar gemaakt omdat de in rekening gebrachte terugleverkosten volgens hem niet op een transparante wijze zijn gecommuniceerd. Het is inderdaad zo dat de mogelijkheid dat er vaste terugleverkosten in rekening kunnen worden gebracht niet in de offerte vermeld staat, maar er staat wel een disclaimer in de offerte.

De ondernemer betwist dat zij onvolledige en/of misleidende informatie aan de consument heeft verstrekt. Evenmin heeft de ondernemer gehandeld in strijdt met de informatieplicht van artikel 6:230m BW en de wettelijke bepalingen met betrekking tot misleiding en misleidende omissies van de artikelen 6:193cBW en 6:193d BW, noch met de zorgplicht die is vastgelegd in artikel 95b, eerste lid van de Elektriciteitswet. De ondernemer stelt zich op het standpunt dat hij de consument tijdig, correct en volledig heeft geïnformeerd over de mogelijkheid dat vaste leveringskosten in rekening zouden worden gebracht. Deze mogelijkheid is vastgelegd in de toepasselijke productvoorwaarden, waarin zowel de mogelijkheid tot salderen als de (vaste) terugleverkosten zijn vastgelegd.

De contract- en productvoorwaarden zijn tijdig aan de consument verstrekt. Voordat de consument de offertepagina kon openen moest de consument op een eerdere webpagina akkoord gaan met de op de overeenkomst toepasselijke voorwaarden, die daar voor hem ter inzage stonden. Vervolgens heeft de consument door de offerte te tekenen opnieuw bevestigd dat hij instemt met de AV en de productvoorwaarden met bijbehorende tarieven. De salderingsmogelijkheid is evenmin in het contract opgenomen.

In het Tiketa-arrest van het Hof van Justitie is bevestigd dat het transparantievereiste er niet aan in de weg staat dat informatie over (mogelijke) prijscomponenten in de algemene voorwaarden wordt opgenomen, mits deze informatie op duidelijke en begrijpelijke wijze aan de consument wordt meegedeeld en deze daarin actief mee instemt.

De (bindende) verplichting van de ondernemer op grond van de Gedragscode (artikel 110 sub h) om de consument een aanbod op maat te verstrekken, staat eraan in de weg dat iedere kostenpost in de offerte wordt opgenomen. Het opnemen van kosten die niet op de door de consument opgegeven situatie van toepassing zijn, zou het contract voor de consument juist minder transparant en begrijpelijk maken.

Ter (digitale) zitting heeft de ondernemer verder nog in hoofdzaak het volgende aangevoerd.

De ondernemer heeft kennisgenomen van de mededeling van de voorzitter dat het stuk dat de ondernemer daags voor de zitting heeft ingebracht, door de commissie als zijnde tardief, buiten beschouwing wordt gelaten, maar dat het de ondernemer vrijstaat daaruit ter zitting te citeren.

Uit de Tiketa-uitspraak en artikel 6 lid 1 van de daarin, in rechtsoverweging 46, genoemde Richtlijn, volgt dat prijscomponenten ook in de productvoorwaarden kunnen worden opgenomen. Ook in de contractbevestiging wordt gerept van terugleverkosten. De ondernemer is niet op de hoogte van de specifieke situatie van de consument en kan dus in de offerte geen concreet voorstel doen. De ondernemer weet niet of de consument teruglevert en zo ja hoeveel hij teruglevert. Op de offerte wordt naar de productvoorwaarden verwezen. De ondernemer handelt in overeenstemming met zijn informatieplicht. De ondernemer wijst voorts op artikel 6: 232 BW, dat het risico van het niet of niet goed lezen van de algemene voorwaarden op de consument legt.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

In dit geschil klaagt de consument over de op de jaarnota van 7 juli 2025 in rekening gebrachte terugleverkosten en stelt hij – kort gezegd – dat deze kosten geen onderdeel van de overeenkomst maken, nu daarvan in het contract geen melding wordt gemaakt.

De ondernemer voert gemotiveerd verweer.

De commissie volgt het standpunt van de consument.

De commissie is van oordeel dat dit onderdeel is aan te merken als een essentieel onderdeel, een kernbeding, dat niet in de algemene voorwaarden kan worden opgenomen, maar met zoveel woorden, dus expliciet in het contract dient te worden vermeld. Het op verkapte wijze in rekening brengen van deze kosten door deze op te nemen in algemene voorwaarden verhoudt zich niet met de wettelijke informatieverplichting van artikel 6: 230m BW en is ook misleidend in de zin van artikel 6: 193d BW.

Ook handelt de ondernemer in strijd met de Gedragscode nu niet gezegd kan worden dat een offerte op maat is uitgebracht, zonder dat daarop een essentieel onderdeel is vermeld. Het beroep van de ondernemer op zijn gebrek aan wetenschap voor wat betreft de persoonlijke situatie van de consument gaat niet op, nu de ondernemer zoals door de consument onweersproken is gesteld, op de hoogte was dat de consument over zonnepanelen beschikte en over een analoge niet op afstand afleesbare meter beschikte, zodat hij kwalificeerde voor een vaste bijdrage ter zake van terugleverkosten.

Ook het beroep op de Tiketa-uitspraak kan de ondernemer niet baten, nu daarin geen melding wordt gemaakt van essentiële prijsafspraken, waarvan in dit geschil wel sprake is, die in algemene voorwaarden kunnen worden opgenomen.

Daarbij komt dat de consument reeds klant was van de ondernemer en voordat hij deze overeenkomst aanging geen sprake was van in rekening gebrachte terugleverkosten door de ondernemer, zodat het eens te meer op de weg van de ondernemer had gelegen om daarvan in de overeenkomst melding te maken.
De vraag of de consument kan worden verweten de algemene voorwaarden niet of niet goed te hebben gelezen kan verder buiten beschouwing blijven, omdat die kwestie slechts relevant is als zou worden aangenomen dat het opnemen van terugleverkosten in algemene voorwaarden zou zijn toegestaan, hetgeen niet het geval is.

De slotsom is dat moet worden geoordeeld dat de vaste terugkeverkosten geen onderdeel van de overeenkomst vormen en derhalve niet door de ondernemer aan de consument in rekening kunnen worden gebracht.

De commissie ziet geen aanleiding voor een verdergaande beslissing nu de consument herhaaldelijk heeft laten weten tevreden te zijn over het contract, zodat er onvoldoende reden is voor de commissie om te bepalen dat de consument tussentijds boetevrij het contract kan opzeggen.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie bepaalt dat het de ondernemer niet vrijstaat gedurende de looptijd van de betreffende overeenkomst (vaste) terugleverkosten aan de consument in rekening te brengen.

De commissie wijst het meer of anders verlangde af.

Bovendien is de ondernemer gehouden het door de consument betaalde klachtengeld aan hem te vergoeden en voorts zal aan de ondernemer een bijdrage in de behandelingskosten in rekening worden gebracht.

Het depotbedrag van € 631,88 wordt als volgt verdeeld.

De consument ontvangt een bedrag van € 434,99 en de ondernemer ontvangt een bedrag van € 196,88.

Deze behandelingskosten worden geheel betaald.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, de heer mr. F.J. Pirard, de heer mr. drs. M.J. Ziepzeerder, leden, op 17 oktober 2025.

Opslaan als PDF