Vaste terugleverkosten niet rechtsgeldig overeengekomen

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Jaarrekening    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 1329890/1334189

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De commissie oordeelt dat de ondernemer de consument onvoldoende en niet‑transparant heeft geïnformeerd over de vaste terugleverkosten van € 605,- die later op de jaarnota verschenen. De consument had zonnepanelen en een analoge meter, waardoor deze kosten automatisch zouden worden berekend, maar nergens in het aanmeldproces, de contractbevestiging of de commerciële informatie werd dit duidelijk vermeld. De informatie stond alleen diep weggestopt in de productvoorwaarden, terwijl het volgens de commissie gaat om een essentiële prijscomponent die als kernbeding expliciet in het contract zelf had moeten worden opgenomen. De ondernemer had bovendien kunnen weten dat de consument zonnepanelen had, waardoor een offerte op maat verplicht was. De rekentool waarop de consument vertrouwde hield geen rekening met deze kosten, waardoor de jaarnota als een verrassing kwam. De commissie vindt dat de ondernemer hiermee handelde in strijd met de wettelijke informatieplicht van artikel 6:230m BW en dat sprake is van een misleidende omissie. Daarom zijn de vaste terugleverkosten niet rechtsgeldig overeengekomen, mogen ze gedurende de looptijd van het contract niet worden berekend en moet het reeds betaalde bedrag van € 605,- worden terugbetaald. Ook moet de ondernemer het klachtengeld van € 52,50 vergoeden.

De volledige uitspraak

Samenvatting

Het geschil betreft de jaarnota van 9 februari 2026, meer in het bijzonder het bedrag van de in rekening gebrachte vaste terugleverkosten van € 605,-.

De consument heeft de klacht op 17 februari 2026 bij de ondernemer ingediend.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Tot verbazing van de consument wordt op de jaarnota een bedrag van € 605,- in rekening gebracht wegens het gebruik van een oude elektriciteitsmeter zonder actieve teruglevertelwerken. Uit de door de ondernemer met het contract meegestuurde ‘Contract- en Productvoorwaarden’ blijkt dat deze verhoging in hoofdstuk 4 van de productvoorwaarden is opgenomen: “meter zonder actieve telwerken”. De door de ondernemer genoemde documenten zijn niet voorafgaand aan de offerte aan de consument verstrekt.

En nergens in het aanmeldproces, de contractbevestiging of in de commerciële informatie voorafgaand aan het sluiten van deze overeenkomst, is deze forse kostenpost expliciet vermeld. Deze informatie staat uitsluitend diep verstopt op pagina 14 van de 15 pagina’s tellende productvoorwaarden. Hoewel deze juridische tekst technisch is meegestuurd, is dat geen geldige vervanging voor een actieve, duidelijke en ondubbelzinnige informatieplicht van de ondernemer, voorafgaand aan de contractsluiting.

In de contractbevestiging werd niets vermeld over deze kosten.

De consument heeft contact opgenomen met ConsuWijzer en kreeg de bevestiging dat deze werkwijze niet transparant voor hem is geweest.

Ter bepaling van zijn maandelijkse kosten maakte de consument gebruik van een door de ondernemer aangeboden rekentool. De consument heeft alle gevraagde gegevens correct ingevuld, ook dat sprake was van zonnepanelen. Op goed vertrouwen liet de consument de uitkomst van de rekentool, een maandbedrag van € 64,- meewegen bij de keuze voor de ondernemer.

Na 11 maanden zonder duidelijke, voorafgaande informatie van de ondernemer werd de opzet en de structuur van de factuur gewijzigd en in februari 2026 ontving de consument de jaarnota met een voor hem onbekende kostenpost van € 605,-.

De consument verlangt dat de in rekening gebrachte kosten worden gecrediteerd en niet zijn verschuldigd tot aan de contractbeëindiging.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Er is sprake van een driejarig contract, gesloten via ConsuWijzer, met vaste leveringstarieven met als ingangsdatum 5 februari 2025. De ondernemer stuurde de bevestiging van de aanmelding op 10 december 2024 aan de consument. De volgende documenten, die op de overeenkomst van toepassing zijn verklaard, zijn voorafgaand aan de offerte en in de ontvangstbevestiging aan de consument verstrekt:
– Algemene Voorwaarden voor de levering van elektriciteit en gas;
– Contract- en productvoorwaarden;
– Algemene Voorwaarden aansluiting en transport;
– Kwaliteitscriteria;
– Modelformulier ontbinding/herroeping;
– Actievoorwaarden loyaliteitsbonus.

De consument beschikt over een analoge meter en zonnepanelen waardoor sprake is van levering en teruglevering.

De consument maakt bezwaar tegen de jaarnota van 9 februari 2026 en verzoekt de in rekening gebrachte vaste terugleverkosten te crediteren. Die kosten zijn echter in rekening gebracht op grond van de op de overeenkomst van toepassing zijnde Contract- en Productvoorwaarden. De ondernemer heeft de informatie met betrekking tot de vaste terugleverkosten voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst beschikbaar gesteld. De ondernemer blijft bij het standpunt dat hij heeft voldaan aan de wettelijke informatieverplichtingen. Om onderling tot een oplossing te komen deed de ondernemer het voorstel om de vaste terugleverkosten eenmalig te crediteren. Daarmee is de consument niet akkoord gegaan.

De consument had tijdig van de productvoorwaarden kennis kunnen nemen. Uit de rechtspraak blijkt dat de vraag of de voorwaarden transparant en niet misleidend zijn, een geobjectiveerd criterium geldt van de ‘gemiddeld geïnformeerde, omzichtige en oplettende gewone consument’. Hiervan wordt verwacht dat hij de informatie die duidelijk en begrijpelijk is, ook leest. De productvoorwaarden zijn tijdig en op duidelijke wijze aan de consument verstrekt, zodat geen sprake is van misleiding of van een misleidende omissie. De in artikel 6:230m BW vastgelegde verplichting om de consument op transparante wijze van essentiële informatie te voorzien, betekent niet dat alle mogelijke relevante informatie in het contract zelf en niet in de Algemene Voorwaarden moet worden opgenomen. In het Tiketa-arrest van het Hof van Justitie, ECLI:EU:2022:112, is bevestigd dat het transparantievereiste er niet aan in de weg staat dat informatie over (mogelijke) prijscomponenten in de AV wordt opgenomen, mits duidelijk en begrijpelijk aan de consument medegedeeld.

De vaste terugleverkosten bij terugleveren met een elektriciteitsmeter zonder actief telwerk zijn niet onredelijk, niet in strijd met de wet en niet in strijd met de Richtlijnen van de ACM. In die situatie moet de ondernemer extra kosten maken, te weten onbalanskosten en profileringskosten.

Ter zitting heeft de ondernemer voor zover van belang nog het volgende naar voren gebracht.

De voorwaarden zijn op de juiste wijze ter hand gesteld. De ondernemer was niet bekend met de teruglevering van elektriciteit door de consument. Op voorhand is het maandbedrag vaak niet goed in te schatten. De rekentool is een algemeen hulpmiddel en gaat niet uit van een analoge meter. De rekentool is vrij algemeen van opzet en niet afgestemd op de specifieke consument. Dat moet wel worden verbeterd. In het geval van de consument is de teruglevering niet meetbaar. De ondernemer blijft bij het verweer.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

In deze zaak klaagt de consument over de op de jaarnota in rekening gebrachte terugleverkosten omdat hij zonnepanelen heeft en een analoge meter. De consument is van mening daarover niet dan wel op onvoldoende duidelijke wijze te zijn geïnformeerd, nu deze kosten diep weggestopt zijn in de productvoorwaarden, maar dat er in dit geval, mede vanwege de hoogte, sprake is van een essentiële prijscomponent, de kosten niet in Algemene Voorwaarden, maar in het contract of de contractbevestiging hadden moeten worden opgenomen.
De ondernemer voert gemotiveerd verweer.

De commissie volgt het standpunt van de consument.

Naar het oordeel van de commissie is deze vaste – zeer aanzienlijke – kostenpost aan te merken als een zogenaamd kernbeding, een essentieel onderdeel van het contract. Het betreft een wezenlijke van de consument te verlangen prestatie in het kader van de door hem aangegane overeenkomst. Die om die reden expliciet, dus met zoveel woorden in het contract dient te worden opgenomen en vermeld. Het op verkapte wijze in rekening brengen van deze kosten, door deze in algemene voorwaarden op te nemen, verdraagt zich niet met de wettelijke informatieverplichting van artikel 6:230m BW en is om gelijke redenen, ook misleidend in de zin van artikel 6:193d BW.

Ook handelt de ondernemer in strijd met de Gedragscode, nu niet gezegd kan worden dat een offerte op maat is uitgebracht, nu de ondernemer wist of kon weten dat de consument over zonnepanelen en een analoge meter beschikte. Een eventueel beroep van de ondernemer op zijn onbekendheid met de persoonlijke situatie gaat dan ook niet op.

Ook is blijkens de hoogte van de jaarnota bij het bepalen van de maandelijkse voorschotbedragen geen rekening gehouden met deze aanzienlijke kostenpost, zodat deze als een verrassing voor de consument kwam.

Een beroep op het Tiketa-arrest kan de ondernemer evenmin baten, nu anders dan in dat arrest het in deze zaak gaat om een kernbeding en essentiële prijsinformatie, waarvan in dat arrest geen sprake was.

De slotsom is dat de vaste terugleverkosten zoals deze door de ondernemer met een beroep op het contract en de productvoorwaarden, in rekening worden gebracht, niet rechtsgeldig zijn overeengekomen en om die reden geen deel uitmaken van het contract zoals dat door partijen is aangegaan. Dit betekent dat het de ondernemer niet vrijstaat om gedurende de looptijd van het contract deze vaste terugleverkosten in rekening te brengen en dat hij de reeds betaalde kosten van € 605,- aan de consument dient te restitueren.

Op grond van het bovenstaande is de klacht gegrond.

Derhalve wordt beslist als volgt.

Beslissing

De commissie bepaalt dat de consument gedurende de looptijd van de litigieuze overeenkomst geen vaste terugleverkosten aan de ondernemer is verschuldigd en dat onder die noemer door de consument betaalde kosten aan hem dienen te worden gerestitueerd.

Bovendien is de ondernemer gehouden aan de consument het door hem betaalde klachtengeld van € 52,50 te vergoeden en voorts zal aan de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bijdrage in de behandelingskosten in rekening worden gebracht.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, mevrouw mr. W.H. van Oorspronk, de heer D. van der Wal, leden, op 16 juli 2026.

 

 

Opslaan als PDF