Vaste terugleverkosten terecht berekend volgens contract

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Teruglevering    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 1329838/1333434

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De commissie verklaart de klacht van de consument ongegrond, omdat uit het afgesloten vaste energiecontract duidelijk blijkt dat de vaste terugleverkosten worden berekend op basis van de door de netbeheerder vastgestelde verwachte teruglevering op het moment dat het contract tot stand kwam. De consument vond dat de ondernemer uitging van een te hoge teruglevering en wilde dat werd vastgesteld wie bevoegd is om de juiste terugleverhoeveelheid te bepalen. De commissie stelt echter vast dat het contract zelf bepaalt dat de terugleverkosten niet worden gebaseerd op de daadwerkelijke teruglevering, maar op de door de netbeheerder vastgestelde standaard jaarinvoeding (SJI). Dat deze afwijkt van de door de consument opgegeven waarde, maakt dit niet anders. De consument had het contract binnen 14 dagen kosteloos kunnen annuleren als hij het hiermee niet eens was, maar heeft dat niet gedaan en is daarom aan de overeenkomst gebonden. Omdat de daadwerkelijke teruglevering geen rol speelt bij de berekening van de vaste terugleverkosten, heeft de consument geen belang bij zijn verzoek om vast te stellen welke instantie bevoegd is om de juiste terugleverhoeveelheid te bepalen. De ondernemer heeft de kosten dus conform contract in rekening gebracht en hoeft niets aan te passen. De klacht wordt afgewezen.

De volledige uitspraak

Samenvatting

Klacht van de consument ongegrond. Uit het contract blijkt dat de vaste terugleverkosten gebaseerd zijn op de door de netbeheerder vastgestelde verwachte teruglevering. De daadwerkelijke hoeveelheid teruggeleverde stroom is daarmee niet relevant.

Beoordeling

De klacht van de consument heeft betrekking op de terugleverkosten. Volgens de consument brengt de ondernemer te hoge terugleverkosten in rekening, omdat hij uitgaat van een te hoge teruglevering van stroom. Dat blijkt uit jaaroverzichten van voorgaande energieleveranciers. Het is de consument niet mogelijk gebleken om dit aan te passen. De ondernemer wijst hiervoor naar de netbeheerder en weer terug. De consument wil dat wordt vastgesteld welke instantie gemachtigd is om de juiste hoogte van de teruggeleverde hoeveelheid stroom vast te stellen. Als dat de ondernemer is, dat moet de ondernemer het contract aanpassen, aldus steeds de consument.

De ondernemer betwist dat er te hoge terugleverkosten in rekening zijn gebracht. Hij voert aan dat de consument bij aanmelding een verwachte invoeding (teruglevering) heeft opgegeven. Hierop is een aanbod getoond. Bij het opstellen van het contract is vervolgens gebruikgemaakt van de door de netbeheerder vastgestelde standaard jaarinvoeding (SJI), die in het geval van de consument hoger lag dan de door hemzelf opgegeven teruglevering. Hierop zijn de vaste terugleverkosten gebaseerd. Dat staat ook zo in het contract van de consument. Bovendien staat daarin dat het vooraf verstrekt aanbod op maat een indicatief karakter heeft. De consument had na het ontvangen van het contract de mogelijkheid om binnen 14 dagen kosteloos te annuleren. Daarvan heeft hij geen gebruik gemaakt. De terugleverkosten zijn dus conform overeenkomst en correct toegepast, aldus steeds de ondernemer.

De commissie oordeelt als volgt. De commissie stelt voorop dat de consument een vast energiecontract heeft afgesloten bij de ondernemer. Het contract bepaalt ten aanzien van de vaste terugleverkosten als volgt:

Vaste terugleverkosten
Vaste terugleverkosten zijn de kosten voor het gedurende het jaar terugleveren van stroom aan het net. De kosten bestaan uit een vast bedrag per dag, zijn gebaseerd op de door jouw netbeheerder vastgestelde verwachte teruglevering op het moment van totstandkoming van deze overeenkomst en zijn onafhankelijk van eventuele saldering. De door jouw netbeheerder vastgestelde teruglevering kan afwijken van de hoogte van de teruglevering die je hebt opgegeven bij je aanmelding.”

Deze bepaling in het contract onderschrijft het standpunt van de ondernemer dat de vaste terugleverkosten gebaseerd zijn op de door de netbeheerder vastgestelde verwachte teruglevering op het moment van totstandkoming van de overeenkomst. Verder blijkt daaruit dat de door de netbeheerder vastgestelde teruglevering kan afwijken van de hoogte van de teruglevering die is opgegeven bij de aanmelding. Uit deze bepaling blijkt eveneens dat het voor (het bepalen van de hoogte van) de vaste terugleverkosten niet relevant is welke hoeveelheid stroom daadwerkelijk door de consument wordt teruggeleverd.

De consument is met het contract – waaronder voornoemde bepaling over de vaste terugleverkosten – akkoord gegaan. Als hij hiermee niet akkoord had willen gaan had het hem vrijgestaan om binnen de wettelijke bedenktermijn van 14 dagen het contract te annuleren. Nu hij dit niet heeft gedaan, is hij aan het contract gebonden. Voor een wijziging van het contract is dan ook geen plaats.

Verder heeft de consument onvoldoende belang bij de door hem verzochte vaststelling ten aanzien van de vraag welke instantie gemachtigd is om de juiste hoogte van de teruggeleverde hoeveelheid stroom vast te stellen. Voor het bepalen van de vaste terugleverkosten is de daadwerkelijke teruggeleverde hoeveelheid stroom in zijn geval immers niet relevant.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Deze behandelingskosten worden geheel betaald.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. J.B.J. Hoefnagel, voorzitter, de heer J.H.P.T.M. den Ouden, de heer C.P. Hoogendoorn, leden, op 5 juni 2026.

 

Opslaan als PDF