Vastrecht gas gebaseerd op Standaard Jaarverbruik: klacht ongegrond

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Tariefbepalingen    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 576060/700272

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument wilde een lager vastrecht omdat zijn gasverbruik onder de 500 m³ lag. De commissie oordeelt dat het Standaard Jaarverbruik (SJV) bepalend is voor het tarief, niet het werkelijke verbruik. Omdat het SJV boven de grens lag, is het hogere vastrecht terecht. De klacht is ongegrond.

De volledige uitspraak

Samenvatting

De hoogte van het vastrecht wordt bepaald door het Standaard Jaarverbruik.

Beoordeling
Het gaat in deze zaak om het vastrecht voor gas. Hoewel het de vraag is of de klacht zich moet richten tot de netbeheerder, laat de commissie dat in het midden nu de netbeheerder kennelijk naar de ondernemer heeft verwezen.

De consument betoogt een verbruik te hebben van minder dan 500 m³, waardoor hij in een laag tarief valt. Hij verlangt dan ook dat in de jaarnota 2022/2023 (waarin een verbruik van 486 m³ afgerekend werd) en de jaarnota 2023/2024 (waarin een verbruik van 415 m³ afgerekend werd) het vastrecht verminderd wordt tot het bedrag dat bij een verbruik van minder dan 500 m³ hoort.

De ondernemer betoogt op basis van informatie van de netbeheerder dat het Standaard Jaarverbruik (SJV) bepalend is. Dat is voor beide jaren op meer dan 500 m³ berekend, maar na 21 juli 2024 op lager dan 500 m³ (namelijk 484 m³) bepaald.

De commissie overweegt dat het SJV bepalend is voor het toe te passen tarief. Dat is al in een uitspraak van deze commissie eerder bepaald (nummer 9563/16411). Onder SJV wordt verstaan het verwachte jaarverbruik van een kleinverbruiker in een standaard jaar (dat wil zeggen een jaar met een gemiddelde klimaatconditie, waarin ook profielfracties en calorische omrekening zitten), zie Informatiecode Elektriciteit en Gas van de NMa, in het bijzonder bijlage B1.3. Het historisch verbruik is dus niet bepalend. Hoewel de berekening van het SJV in casu in grensgevallen (rond de 500 m³) weinig transparant is, acht de commissie het niet onwaarschijnlijk dat bij een historisch verbruik van 486 m³ de SJV op meer dan 500 m³ berekend wordt (in casu gesteld op 540 m³). Na een historisch verbruik van 415 m³ is het SJV op minder dan 500 m³ bepaald, zodat voor het daarop volgende jaar (na 21 juli 2024) het lagere vastrecht berekend wordt.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Deze behandelingskosten worden geheel betaald.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. R.J. Paris, voorzitter, de heer mr. F.J. Pirard , mevrouw mr. A. Zwart-Hink , leden, op 28 november 2024.

Opslaan als PDF