Verhoging ligplaatsprijzen tijdig kenbaar gemaakt en via digitale nieuwsbrief ook voldoende beschikbaar voor consument

  • Home >>
  • Waterrecreatie >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Waterrecreatie    Categorie: HISWA-voorwaarden Huur en Verhuur Lig- en/of Bergplaatsen    Jaartal: 2019
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 117055

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil heeft betrekking op de opzegging per email op 15 februari 2018 van het huurcontract voor de ligplaats voor [naam sloep] van de consument.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie allereerst naar de overgelegde stukken. De door de consument overgelegde stukken dienen hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd. In de kern komt het standpunt van de consument op het volgende neer.

Toen op 15 februari 2018 de consument de factuur voor 2018 ontving, heeft zij diezelfde dag per email de ligplaatsovereenkomst 2018 opgezegd. De ondernemer heeft, onder toezending van de HISWA-voorwaarden, hierop gereageerd met de mededeling dat wanneer de consument daadwerkelijk wilde opzeggen, zij wegens te late opzegging een bedrag verschuldigd was van € 676,– (zijnde 50% van de jaarhuur). De HISWA-voorwaarden waren door de consument voor het laatst zes jaar geleden gezien, bij de totstandkoming van de ligplaatsovereenkomst.

De consument heeft het bedrag van € 676,– onbetaald gelaten en bij de commissie in depot gestort.
 
Op 15 april 2018 ontving de consument een aan haar gerichte factuur, waaruit bleek dat de huur voor de ligplaats is verhoogd ten opzichte van 2017 met 3%. In de door de ondernemer toegezonden algemene voorwaarden stond vermeld in artikel 7 lid 3: ’De ondernemer kan uiterlijk drie maanden vóór het begin van de nieuwe huurperiode de huursom wijzigen. In dat geval heeft de consument het recht om binnen vijftien werkdagen na ontvangst van het bericht alsnog de huurovereenkomst op te zeggen.’
Binnen twee weken na ontvangst van de factuur 2018 heeft de consument de huurovereenkomst nogmaals opgezegd, nu per aangetekende brief en met verwijzing naar dit artikel in de HISWA-voorwaarden, omdat zij het niet eens is met de tariefsverhoging van 3%.
De ondernemer bleef van mening dat de consument toch € 676,– diende te betalen, omdat zij niet vóór 31 december 2017 heeft opgezegd en de tariefsverhoging reeds in de aan de consument toegezonden nieuwsbrief van september 2017 bekend was gemaakt en op de website van de ondernemer was te lezen. Een nieuwsbrief is een commerciële uiting, zo stelt de consument, die steevast in haar spambox beland. Zij kan zich niet meer herinneren of zij de nieuwsbrief heeft aangeklikt.

De consument is niet voornemens de factuur te betalen, omdat zij pas voor het eerst van de tariefsverhoging heeft kennisgenomen op het moment dat zij op 15 april 2018 een op naam gestelde factuur ontving. Op dat moment heeft de consument bij de ondernemer aangegeven het niet eens te zijn met de tariefsverhoging en heeft zij binnen de gestelde termijn de huurovereenkomst opgezegd. Zij is daarom geen betaling verschuldigd en zij voelt zich in haar standpunt gesteund door de Consumentenbond, het juridisch loket en de Autoriteit Consument en Markt. Publicatie van een tariefsverhoging op de website van de ondernemer en in een nieuwsbrief voldoen niet aan het in het ABW genoemde begrip ‘ontvangst’.
Daarbij heeft de commissie in eerdere uitspraken aangegeven dat een nieuwsbrief niet voldoende is om een nadelige uitwerking voor de klant, een tariefsverhoging, met die klant te delen, dat moet een op naam gesteld bericht zijn. Voor de consument is dat de factuur die zij medio februari 2018 heeft ontvangen.

Met alle kennis die de consument nu heeft, zoals uitspraken van de Consumentenbond en eerdere uitspraken van de commissie, wil zij af van de overeenkomst met de ondernemer zonder dat zij de factuur van € 676,– hoeft te voldoen.
 
Standpunt van de ondernemer

Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie allereerst naar de overgelegde stukken. De door de ondernemer overgelegde stukken dienen hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd. In de kern komt het standpunt van de ondernemer op het volgende neer.
Conform de HISWA voorwaarden vermeldt de ondernemer jaarlijks de prijzen voor de ligplaatsen voor het komende seizoen op de website. In 2017 stonden de prijzen voor 2018 per eind september online. Ook de nieuwsbrief van de ondernemer maakt melding van de actuele prijzen. De consument heeft de nieuwsbrief ontvangen en ook geopend, blijkens de gegevens van de ondernemer. Wanneer de nieuwsbrief (ongemerkt) in de SPAM box van de consument terecht was gekomen, dan had ze de nieuwsbrief niet kunnen openen. De ondernemer heeft in de vaarwereld en bij de branchevereniging navraag gedaan over de wijze waarop prijsverhogingen dienen te worden gecommuniceerd naar de gasten en daaruit kwam naar voren dat de ondernemer volledig aan zijn verplichtingen heeft voldaan en correct heeft gehandeld. De ondernemer heeft dan ook naar de consument bericht correct te hebben gehandeld en niet voornemens te zijn de bestreden factuur kwijt te schelden.

Het is altijd jammer als ligplaatshouders te laat opzeggen en wanneer hier een plausibele reden voor is, staat de ondernemer altijd klaar dit naar tevredenheid voor partijen op te lossen. Hier is de consument geschrokken van de factuur en is naar allerlei manieren gaan zoeken om zonder kosten van het contract af te komen. Nare en onterechte beschuldigingen anoniem plaatsen op internet is niet de manier om je gelijk te willen krijgen.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft gelet op hetgeen over en weer door partijen voor zover hier relevant het volgende overwogen.

Op basis van de stukken en het verhandelde ter zitting is naar het oordeel van de commissie het volgende komen vast te staan.

De ondernemer is lid van HISWA en op de door de ondernemer te sluiten overeenkomsten zijn de HISWA Algemene Voorwaarden huur en verhuur lig – en/of bergplaatsen van toepassing.
Artikel 7 van de HISWA voorwaarden bepaalt in lid 2 dat de huurovereenkomst schriftelijk of per e-mail dient te worden opgezegd uiterlijk drie maanden voor het begin van de nieuwe huurperiode. In onderhavige kwestie was de looptijd van de huurperiode 1 april tot 1 april, zodat de opzegging uiterlijk 31 december daaraan voorafgaand dient plaats te vinden, om per 1 april van het komende jaar van het contract af te zijn. De voorwaarden mogen verondersteld worden kenbaar te zijn bij de consument en vormen onderdeel van de gesloten huurovereenkomst. Door de consument is ook niet gemotiveerd in twijfel getrokken dat die voorwaarden deel uitmaken van het door partijen overeengekomen.

Van voormelde algemene opzeggingsmogelijkheid is door de consument geen gebruik gemaakt. In onderhavige kwestie heeft de consument namelijk op 15 februari 2018 de ligplaatsovereenkomst 2018 opgezegd. Dit was de dag waarop zij de factuur voor 2018 had ontvangen. De commissie oordeelt dat de opzegging van de consument niet tijdig conform de algemene voorwaarden heeft plaatsgevonden. Dit oordeel behoeft naast hetgeen hiervoor reeds is overwogen, de volgende toelichting.

Op 15 april 2018 ontving de consument een factuur, waaruit bleek dat de huur voor de ligplaats is verhoogd ten opzichte van 2017 met 3%.
Artikel 7 lid 3 van de HISWA voorwaarden bepaalt dat de ondernemer uiterlijk drie maanden vóór het begin van de nieuwe huurperiode de huursom kan wijzigen. In dat geval heeft de consument het recht om binnen vijftien werkdagen na ontvangst van dat bericht alsnog de huurovereenkomst op te zeggen.
Binnen twee weken na ontvangst van de factuur 2018 heeft de consument de huurovereenkomst nogmaals opgezegd, nu per aangetekende brief en met verwijzing naar dit artikel in de HISWA-voorwaarden, omdat zij het niet eens is met de tariefsverhoging van 3%.
De ondernemer stelt daarentegen wel aan artikel 7 lid 3 van de HISWA voorwaarden te hebben voldaan, nu hij in de Nieuwsbrief van september 2017 de nieuwe prijzen voor 2018 onder de aandacht van de ligplaatshouders heeft gebracht. Deze Nieuwsbrief is per email aan de consument toegezonden. De Nieuwsbrief bevat de volgende voor deze kwestie relevante tekst:

‘Geachte ligplaatshouder,

…………………………………….

UW CONTRACT 2018

(FOTO)

Wilt u uw contract aanpassen of opzeggen, doe dit dan schriftelijk vóór 31 december 2017.

U vindt de nieuwe prijzen voor 2018 hier. ‘

Deze Nieuwsbrief is op 28 september 2017 aan de consument gemaild.

De consument ontkent de Nieuwsbrief te hebben ontvangen en stelt dan ook dat deze Nieuwbrief voor haar geen werking heeft. Naar het oordeel van de commissie behoeft de ontvangsttheorie, zoals de consument deze hanteert, enige nuancering. Daarbij verwijst de commissie naar een arrest van de Hoge Raad (vindplaats NJ 2013/391, HR 14-06-2013, ECLI: NL: HR: 2013: BZ4104). In dat arrest wordt uitleg gegeven op de vraag wanneer een tot een bepaalde persoon gerichte schriftelijke verklaring/uiting/informatie die persoon heeft bereikt (3:37 lid 3 BW). Met betrekking tot schriftelijke verklaring/informatie geldt als uitgangspunt dat deze de geadresseerde heeft bereikt als zij door hem/haar is ontvangen. Indien de ontvangst van de informatie wordt betwist, brengt een redelijke, op de behoeften van de praktijk afgestemde, uitleg mee dat de afzender in beginsel feiten of omstandigheden dient te stellen en zo nodig te bewijzen waaruit volgt dat de verklaring door hem is verzonden naar een adres waarvan de afzender op grond van verklaringen of gedragingen van de geadresseerde mocht aannemen dat deze aldaar door hem kon worden bereikt, bijvoorbeeld diens postbus, e-mailadres of ander adres dat bij recente contacten tussen partijen door de geadresseerde is gebruikt.
Op grond van het voorgaande komt de commissie tot de conclusie dat hier kan worden aangenomen dat de betreffende Nieuwsbrief door de consument in haar mailbox is ontvangen, dus haar heeft bereikt conform artikel 3:37 lid 3 BW. Recente contacten met de afzender laten zien dat het betreffende emailadres al jaren is gebruikt (ook voor verzenden van facturen), zodat de afzender de goede ontvangst ervan niet in twijfel had hoeven trekken.

Ook maakt de commissie uit de door de ondernemer in het geding gebrachte ‘klik’ informatie op dat de Nieuwsbrief op diezelfde datum door de consument is geopend. De commissie acht het daarom niet aannemelijk dat de Nieuwsbrief in de SPAM box van de consument terecht is gekomen (en daar ongelezen is gebleven).

De commissie acht hiermee voldoende komen vast te staan dat de Nieuwsbrief de consument heeft bereikt en dat zij deze nog dezelfde dag heeft geopend. Kenbaarheid met de Nieuwsbrief en de inhoud daarvan kan dan ook worden verondersteld.
De jurisprudentie die de consument in het kader van ‘ontvangst’ aanhaalt betreft andere casuïstiek (gaat onder meer over aanmerkelijke prijsverhogingen bij recreatie waarvoor andere termijnen gelden of betreft prijsverhogingen die korter dan een maand tevoren zijn aangekondigd). Daarnaast is er sinds 2003/2004, het jaar van publicatie van twee van de drie aangehaalde uitspraken, veel veranderd op het gebied van digitalisering. Het is conform de huidige tijdgeest dat berichtgeving via de email/internet verloopt.

De volgende vraag die de commissie dient te beantwoorden is of een vermelding van de hiervoor aangehaalde ‘link’ naar de website van de ondernemer in de Nieuwsbrief vanuit consumentenperspectief voldoende is om bekend te worden met de nieuwe prijzen of dat de nieuwe prijzen in de Nieuwsbrief zelf hadden moeten worden vermeld. Uit de stukken en na raadpleging van de website van de ondernemer is de commissie niet gebleken dat de link naar de prijzen voor het komende ligseizoen op de website van de ondernemer niet werkte. Evenmin is weersproken dat die prijsinformatie op de website van de ondernemer ontbrak, dan wel niet meer actueel was. In onderhavige zaak, waarin zo duidelijk in de Nieuwsbrief van september 2017 wordt geattendeerd op ‘uw contract 2018’, ‘aanpassen’, ‘opzeggen’ en een link met ‘nieuwe prijzen’, had naar het oordeel van de commissie van de consument mogen worden verwacht dat zij toen reeds onderzoek naar de voor haar relevante nieuwe prijs heeft gedaan.
Op grond van het voorgaande komt de commissie tot de conclusie dat de nieuwe ligplaatsprijzen voor 2018 reeds op 28 september 2017 kenbaar en beschikbaar waren voor de consument en dat zij vanaf die datum binnen 15 werkdagen het huurcontract om reden van de verhoging daarvan had moeten opzeggen. Nu de consument de overeenkomst na 15 april 2018 om die reden heeft opgezegd, is zij daarmee te laat en voor 2018 aan de ligplaatsovereenkomst gebonden.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht van de consument ongegrond is.

Derhalve zal de commissie als volgt beslissen.

Beslissing

De commissie verklaart de klacht van de consument ongegrond.

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Het depotbedrag ad € 676,– wordt aan de ondernemer uitgekeerd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Waterrecreatie, bestaande uit mr. M.L.J. Koopmans, voorzitter, de heer J. Zetzema en mevrouw drs. P.C. Hoogeveen-de Klerk, leden, op 7 september 2018, in aanwezigheid van mevrouw mr. J.M. Bouter-Bijsterveld, secretaris.