Commissie: Energie Zakelijk
Categorie: Ontvankelijkheid
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Niet-ontvankelijkverklaring
Uitkomst: niet-ontvankelijk
Referentiecode:
1325223/1331742
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument kreeg een jaarrekening van meer dan € 2.000,- voor een leegstaand pand en vond het energieverbruik veel te hoog. De klacht werd ingediend bij de Geschillencommissie Energie zakelijk. De commissie oordeelde echter dat sprake was van een consumentenovereenkomst en niet van een zakelijke overeenkomst, omdat het pand zou worden verbouwd tot woonhuis. Daarom was de verkeerde commissie benaderd. De consument wordt niet-ontvankelijk verklaard, maar mag de klacht alsnog zonder extra klachtengeld indienen bij de gewone Geschillencommissie Energie.
De volledige uitspraak
Samenvatting
De verbruiker/aangeslotene heeft, naar de commissie aanneemt, een consumentenovereenkomst met het bedrijf gesloten en niet als bedrijf. De commissie verwijst de zaak naar de commissie Energie.
Beslissing
De verbruiker/aangeslotene heeft van het bedrijf een jaarrekening d.d. 22 september 2025 ontvangen op grond waarvan hij een bedrag van meer dan € 2.000,- diende te betalen. Hij acht het berekende verbruik buitenproportioneel. Het gaat om een leegstaand pand, waarin de verbruiker/aangeslotene vroeger een slagerij exploiteerde. Hij heeft na beëindiging van die exploitatie het pand aan derden verhuurd die zelf een overeenkomst betreffende het gehuurde pand met het bedrijf dienden te sluiten. Na beëindiging van de verhuur heeft de verbruiker/aangeslotene een nieuw contract betreffende energielevering gesloten. De verbruiker/aangeslotene wil het pand verbouwen tot woonhuis.
Het bedrijf voert aan dat de klacht bij de verkeerde commissie is ingediend. Volgens het bedrijf bestaat er alleen een consumentenovereenkomst tussen verbruiker/aangeslotene en het bedrijf.
De commissie overweegt dat geen van beide partijen de overeenkomst, waarop verbruiker/aangeslotene zich beroept, in het geding heeft gebracht. De commissie acht onvoldoende redenen aanwezig om de verbruiker/aangeslotene een bewijsopdracht te geven. Zij gaat ervan uit dat in het kader van een verbouwing tot woonhuis door de verbruiker/aangeslotene een consumentenovereenkomst is gesloten. Bovendien ziet de commissie geen nadeel voor de verbruiker/aangeslotene indien zij de zaak als consumentenzaak beschouwt. Zij zal deze zaak dan ook naar de commissie Energie verwijzen.
Immers volgens artikel 19 van het Reglement van de commissie verwijst zij de zaak naar de wel bevoegde commissie, indien de verkeerde commissie benaderd is. In dat geval wordt de klacht ongegrond (in dit geval de verbruiker/aangeslotene niet ontvankelijk) verklaard en is de verbruiker/aangeslotene geen klachtengeld verschuldigd indien hij, naar de commissie thans bepaalt, binnen 14 dagen na verzending van deze beslissing zijn klacht bij de commissie Energie indient.
Op grond van het voorgaande is de verbruiker/aangeslotene niet-ontvankelijk in de klacht.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De verbruiker/aangeslotene wordt in de klacht niet-ontvankelijk verklaard. De verbruiker/aangeslotene kan zijn klacht bij de commissie Energie indienen. Indien hij dat doet binnen 14 dagen na verzending van deze beslissing is hij geen klachtengeld verschuldigd.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie zakelijk, bestaande uit de heer mr. R.J. Paris, voorzitter, de heer mr. F.J. Pirard, de heer mr. C.J.J. Havermans, leden, op 22 mei 2026.