Commissie: Recreatie
Categorie: Algemene voorwaarden
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
224414/238119
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument wilde zijn chalet verkopen met behoud van de standplaats, maar kreeg daarvoor geen toestemming van de ondernemer. Volgens de consument mocht dat wel volgens de Recron-voorwaarden, maar de ondernemer wees op zijn eigen verkoopvoorwaarden die sinds 2012 gelden. De ondernemer bood € 25.000 aan als redelijke verkoopprijs, terwijl de consument vond dat het chalet veel meer waard was. Daarnaast klaagde de consument over een verhoging van de gasprijs in 2022, die volgens hem niet vooraf was aangekondigd. De Geschillencommissie oordeelt dat de ondernemer mag bepalen of hij verkoop met behoud van standplaats toestaat en dat zijn aanbod van € 25.000 redelijk is. Ook mag de ondernemer volgens de regels een tussentijdse prijsverhoging doorberekenen als die aantoonbaar is, wat hier het geval was. Daarom verklaart de commissie beide klachten ongegrond.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
Het geschil gaat over het zelf verkopen door de consument van zijn chalet met behoud van standplaats alsmede over de energieafrekening over 2022.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De consument is van mening dat de Recron-voorwaarden aangeven dat hij de verkoop van het chalet met behoud van standplaats zelf mag doen tegen een redelijke prijs. Hij heeft zijn chalet laten taxeren en er is een vrije verkoopwaarde van € 47.500,– tot € 54.000, — vastgesteld. De ondernemer heeft hem geen toestemming gegeven voor verkoop met behoud van standplaats. De ondernemer beroept zich daarbij op zijn verkoopvoorwaarden, maar de consument is van mening dat die voorwaarden niet van toepassing zijn omdat zij pas in 2012, 3 jaar na de koop van zijn chalet, aan hem zijn toegestuurd. Nadat de consument de ondernemer bij e-mail van 19 juli 2023 had gevraagd of er toch nog mogelijkheden waren voor een verkoop van het chalet met behoud van standplaats, heeft de ondernemer hem bij e-mail van 22 juli 2023 een bedrag van €25.000,– aangeboden. De consument is met dat aanbod niet akkoord gegaan en heeft een klacht bij de commissie ingediend. Hij vindt de werkwijze van de ondernemer misleidend en gestoeld op pure chantage en willekeur. Als oplossing van de klacht wil de consument dat de ondernemer een potentiële koper van de wachtlijst doorverwijst om zodoende een verkoop te kunnen bewerkstelligen tegen de vastgestelde vrije verkoopwaarde van zijn chalet. De in de verkoopvoorwaarden van de ondernemer genoemde 3% bemiddelingskosten/provisie van de verkoopsom zijn dan voor hem geen probleem.
Verder heeft de consument bezwaar gemaakt tegen de energieafrekening over 2022. Die is met 25% verhoogd zonder enige vooraankondiging. De consument is van mening dat dit niet kan en wil dat de eindafrekening wordt herzien naar de prijzen die berekend zijn voor 2021.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken.
De ondernemer is van mening dat beide klachten ongegrond zijn. Samengevat heeft de ondernemer in zijn verweerschrift van 29 november 2023 daartoe het volgende naar voren gebracht.
Verkoop van het chalet met behoud van standplaats.
Voordat de ondernemer in 2010 begon met de onderneming, hadden zij een andere onderneming, direct aan zee. Een onderneming waar de grootouders van de ondernemer mee waren begonnen, en waar altijd alles mocht. Doordat er geen regels waren met betrekking tot doorverkoop, werden oude en in slechte staat zijnde stacaravans doorverkocht tegen absurde prijzen, enkel en alleen vanwege de ligging van de onderneming. Daardoor werd er door gasten nooit een nieuwe caravan aangeschaft, omdat de oude al zoveel had gekost. Vandaar dat de ondernemer van mening was en is dat doorverkoop met behoud van standplaats soms moet kunnen, maar dan tegen een reële prijs; wat is het chalet waard als hij buiten op de oprit staat? En dan niet de ligging van de onderneming meerekenen, of de prijzen die een ondernemer in de buurt voor zijn chalets vraagt. De ondernemer rekent ook niet de huur die deze ondernemingen vragen. De consument heeft het chalet in 2009 gekocht. De ondernemer heeft in 2011 of 2012 – relatief kort na het overnemen van de onderneming – verkoopvoorwaarden ingevoerd. Het stellen van die verkoopvoorwaarden is toegestaan op grond van de Recron-voorwaarden, meer in het bijzonder artikel 9 lid 2 van de Recron-voorwaarden. Het is ook al meerdere keren uitgemaakt door de commissie, onder meer in een uitspraak uit 2021.
De consument wekt daarnaast ten onrechte de indruk dat voorwaarden na het sluiten van de overeenkomst nooit meer kunnen worden gewijzigd en dat de verkoopvoorwaarden te laat zijn toegezonden. Ook dat is volgens de ondernemer een misrekening, waarbij hij verwijst naar artikel 5 lid 2 van de Recron-voorwaarden. Uit dat artikel volgt dat een ingrijpende wijziging uiterlijk zes maanden voor het einde van het overeenkomstjaar aan de recreant bekend moet worden gemaakt. Bij de verkoopvoorwaarden gaat het om een wijziging van de informatie en de consument bevestigt zelf dat hij de verkoopvoorwaarden per e-mail heeft ontvangen in 2012. Verder verwijst de ondernemer naar een eerdere uitspraak van de commissie uit 2022, waarin volgens de ondernemer min of meer dezelfde situatie aan de orde was. Daarbij komt dat uit artikel 3 lid 1 van de Recron-voorwaarden volgt dat de overeenkomst telkens automatisch voor één overeenkomstjaar wordt verlengd onder de dan geldende voorwaarden. De consument heeft na 2012 de overeenkomst steeds jaarlijks laten verlengen onder de dan geldende voorwaarden, heeft ruimschoots kunnen anticiperen op de in 2012 door hem ontvangen verkoopvoorwaarden en heeft nooit eerder daarover geklaagd. Het is daarom ook in strijd met de redelijkheid en billijkheid wanneer ten aanzien van klager alsnog zou worden geoordeeld dat de verkoopvoorwaarden niet van toepassing zouden zijn. Wanneer de consument in het gelijk zou worden gesteld, zouden de prijzen van gebruikte chalets op deze manier kunstmatig hooggehouden worden. Dat betekent dat er niet, of in ieder geval veel minder, vernieuwd zou worden.
Nu ziet de ondernemer dat er ieder jaar wel 1 of meerdere chalets vernieuwd worden door eigenaren. De onderneming blijft er hierdoor netjes en verzorgd uitzien. De ondernemer doet dit allemaal in tegenstelling tot wat klager beweert duidelijk ook niet uit winstbejag. Hoe hoger de bedragen waarvoor de chalets verkocht worden, hoe meer provisie de ondernemer zou kunnen innen, maar de ondernemer vindt het belangrijk dat er ook chalets beschikbaar komen voor bijvoorbeeld jonge gezinnen met een kleiner budget.
Mocht de commissie concluderen dat de verkoopvoorwaarden niet van toepassing zijn, dan blijft nog steeds staan dat de ondernemer op basis van de Recron-voorwaarden niet verplicht is om mee te werken aan een door de consument gewenste koper, maar dat de ondernemer mag weigeren om met de nieuwe koper een overeenkomst te sluiten. De consument kan immers niet bepalen wie de ondernemer op zijn onderneming moet toelaten.
Met betrekking tot het door hem gedane aanbod van €25.000,– geldt het volgende. De ondernemer rekent 5% waardevermindering per jaar en schrijft een chalet in 20 jaar af. De ondernemer schat in dat de consument het chalet destijds in 2009 voor een bedrag van om en nabij de €50.000,– heeft gekocht. Inmiddels zijn er 14 seizoenen verstreken, dat is 70% waardevermindering, overeenkomend met een waarde van €15.000,–. €25.000,– vindt de ondernemer dan een heel redelijk aanbod. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de ondernemer, daarnaar gevraagd door de commissie, uitdrukkelijk bevestigd dat een eventuele nieuwe koper van het chalet op de onderneming nimmer meer hoeft te betalen dan dit bedrag van € 25.000,–.
Energieafrekening 2022
De ondernemer heeft een propaangastank staan die gevuld wordt, wanneer nodig. De prijzen hiervan wisselden in 2022 onverwachts veel meer dan in andere jaren. Dit kan niemand ontgaan zijn, want de kranten en het nieuws stonden er vol van. In plaats van vooraf een achteraf misschien onnodige forse tariefsverhoging aan te kondigen, vond de ondernemer het eerlijker om achteraf het gemiddelde tarief door te rekenen. De consument wil dat de ondernemer in 2022 de prijzen van 2021 hanteert, omdat de consument niet vooraf de prijzen te horen heeft gekregen. Dat is volgens de ondernemer geen eis die de consument redelijkerwijs kan stellen. De ondernemer verwijst daarbij naar artikel 4 lid 2 van de Recron-voorwaarden en naar een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 8 juni 2021 (gepubliceerd op www.rechtspraak.nl onder nummer ECLI:NL:GHARL:2021:5669, overwegingen 4.46 tot en met 4.48). Overigens is een verhoging van € 4,51 naar € 5,24 per m3 een verhoging van 16% en geen 25% zoals de consument heeft aangevoerd. Door deze prijsstijging was de consument in 2022 voor propaangas op jaarbasis volgens de ondernemer bij eenzelfde verbruik als in 2021 (60m3) € 43,07 duurder uit dan in 2021.
Beoordeling van het geschil
Verkoop van het chalet met behoud van standplaats
1. De consument is van mening dat de Recron-voorwaarden aangeven dat hij de verkoop van het chalet met behoud van standplaats zelf mag doen tegen een redelijke prijs. Dat standpunt is echter niet juist en dit wordt als volgt gemotiveerd.
2. Als eigenaar van de grond, waarop het chalet van de consument is geplaatst (de consument is immers slechts huurder van de grond), komt de ondernemer de bevoegdheid toe om te bepalen wat voor kampeermiddelen er worden geplaatst, door wie en welke personen daarvan gebruik maken. Deze bevoegdheid is met zoveel woorden ook duidelijk tot uitdrukking gebracht in de van toepassing zijnde Recron-voorwaarden voor vaste plaatsen 2016. In die voorwaarden is het volgende te lezen:
– Bladzijde 1 onder het kopje “Wat de recreant zeker moet weten!
(…)
• Het contract is tijdelijk: De huur van de grond geldt telkens voor een jaar en wordt in beginsel jaarlijks automatisch verlengd. Houd rekening met dit tijdelijke karakter (…)
• Een overeenkomst voor een vaste plaats kan door u of door de ondernemer tegen het eind van de contractperiode of tussentijds worden beëindigd. Een beëindiging heeft consequenties voor u en voor het op de vaste plaats geplaatste kampeermiddel. Na de beëindiging van de overeenkomst kunt u niet langer gebruik maken van de plaats. Uw kampeermiddel moet dan zijn verwijderd (…)
• Verkoop: Voor verkoop van uw kampeermiddel op dezelfde standplaats is toestemming nodig van de ondernemer. Het terrein is immers van de ondernemer en deze houdt zeggenschap over welke huurders op zijn standplaatsen komen. Aan de toestemming kunnen voorwaarden zijn verbonden. De koopprijs van het kampeermiddel kan niet meer zijn dan de waarde van het kampeermiddel zelf, dus zonder de grond, zonder vergoeding voor het plekje, de ligging en het uitzicht e.d. (…).”
– Artikel 9 lid 1:
“Verkoop van het kampeermiddel is te allen tijde toegestaan. De verkoop van het kampeermiddel met behoud van plaats is slechts toegestaan na schriftelijke toestemming van de ondernemer.”
– Artikel 9 lid 2:
“De ondernemer kan verkoopvoorwaarden hanteren welke de recreant in acht dient te nemen.”
– Artikel 9 lid 3:
“De recreant die het kampeermiddel verkoopt dient dit voorafgaand aan de verkoop aan de ondernemer bekend te maken. Bij levering van het kampeermiddel eindigt de overeenkomst van rechtswege met onmiddellijke ingang. Het staat de ondernemer vrij al dan niet met de koper een overeenkomst aan te gaan. De ondernemer mag het sluiten van de overeenkomst met de koper niet afhankelijk stellen van een financiële tegemoetkoming of van een opdracht tot bemiddeling aan de ondernemer.”
Uit deze bepalingen blijkt duidelijk dat het de ondernemer is die uiteindelijk bepaalt of hij in een concreet geval toestemming aan een consument verleent voor de verkoop van een kampeermiddel met behoud van de staanplaats. De ondernemer heeft daarbij een grote vrijheid om (eenzijdig) te bepalen of en onder welke voorwaarden hij die toestemming wel of niet verleent. Weigert de ondernemer een verkoop van het kampeermiddel met behoud van de staanplaats, dan kan de consument die weigering voorleggen aan de commissie. Als er sprake is van verkoopvoorwaarden van de ondernemer als bedoeld in artikel 9 lid 2 van de Recron-voorwaarden en de consument de toepasselijkheid van die voorwaarden niet betwist, kan de commissie de weigeringsbeslissing toetsen aan die voorwaarden. Als de consument de toepasselijkheid van de verkoopvoorwaarden wel betwist en de verkoopvoorwaarden van de ondernemer niet accepteert, zal een weigeringsbeslissing van de ondernemer in het algemeen slechts met succes door een consument aangevochten kunnen worden wanneer gezegd zou moeten worden dat de weigering van de ondernemer gelet op de omstandigheden van het geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.
Dat laatste is echter een hoge drempel voor een consument om te halen.
3. In dit geval heeft de ondernemer in 2012 verkoopvoorwaarden ingevoerd. De consument betwist echter dat die voorwaarden van toepassing zijn en uit de opstelling van de consument in dit geschil blijkt dat hij de voorwaarden ook niet accepteert. Uit wat hierboven in onderdeel 2 is overwogen, brengt dat met zich mee dat de commissie de weigeringsbeslissing van de ondernemer niet kan/zal toetsen aan de verkoopvoorwaarden van de ondernemer, maar aan het criterium dat de weigering naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Aan die hoge drempel wordt in dit geval niet voldaan. De ondernemer heeft hierboven (in het onderdeel Standpunt van de ondernemer) gemotiveerd aangevoerd dat en waarom hij voor een door hem aangeboden bedrag van €25.000,– akkoord wil gaan met verkoop van het chalet van de consument met behoud van de standplaats.
De commissie kan die motivering volgen en billijken. De motivering vindt bovendien steun in de hierboven (in onderdeel 2) vermelde bladzijde 1 van de Recron-voorwaarden, waar te lezen is dat de koopprijs van het kampeermiddel niet meer kan zijn dan de waarde van het kampeermiddel zelf, dus zonder de grond, zonder vergoeding voor het plekje, de ligging en het uitzicht e.d. (…). De klacht zal dan ook ongegrond worden verklaard.
4. De commissie voegt daar ter informatie van de consument nog aan toe dat hem niets in de weg staat om zijn chalet te verkopen, maar dat die verkoop dan los van de standplaats zal moeten plaatsvinden. Verder kan de consument ook van zijn jaarplaats gebruik blijven maken. De ondernemer kan de overeenkomst met de consument immers alleen beëindigen op één van de in artikel 11 lid 1 van de Recron-voorwaarden bedoelde gevallen of wanneer artikel 14 lid 1 van die voorwaarden aan de orde is.
Energieafrekening 2022
5. Het standpunt van de consument dat de eindafrekening van het gas moet worden herzien naar de prijzen die berekend zijn voor 2021, omdat de gasprijsverhoging hem van tevoren niet is aangekondigd, volgt de commissie niet. Hoewel de aanbeveling verdient dat een ondernemer prijsverhogingen van gas van tevoren aankondigt, geeft artikel 4 lid 2 van de Recron-voorwaarden de ondernemer het recht om, ook na vaststelling van de tarieven (onderstreping door de commissie), kosten ontstaan door een lastenverzwaring aan de zijde van de ondernemer als gevolg van een verhoging van lasten en heffingen die direct op de plaats, het kampeermiddel of de recreant betrekking hebben aan de recreant door te berekenen. Het gaat hier dus om een tussentijdse verhoging die naast de jaarlijkse wijziging van het jaargeld in rekening kan worden gebracht. Daarvoor gelden dan wel specifieke eisen, in die zin dat het moet gaan om doorberekening van daadwerkelijke kosten die zijn terug te brengen tot de betreffende recreant of diens kampeermiddel of staanplaats. Dit betekent dat een verhoging van de kosten van gas alleen kan worden doorberekend indien de ondernemer kan aantonen dat die verhoogde kosten door de recreant in kwestie zijn gemaakt (Zie ook de uitspraak van de kantonrechter Haarlem van 15 februari 2023, gepubliceerd op www.rechtspraak.nl onder nummer ECLI:NL:RBNHO:2023:2652, overweging 5.2.). Die situatie doet zich naar het oordeel van de commissie hier voor. De consument heeft op zichzelf immers niet betwist dat de ondernemer in 2022 te maken heeft gehad met een prijsverhoging en verder heeft hij de op de eindafrekening 2022 voor gas vermelde begin- en eindstand, waaruit voor hem een totaalverbruik van 59m3 volgt, evenmin betwist. Ook deze klacht zal dus ongegrond worden verklaard.
Beslissing
De commissie verklaart de klachten ongegrond.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Recreatie, bestaande uit de heer mr. J.L. Sierkstra, voorzitter, mr. M. de Rooij-Slager en mevrouw J. van Haren, leden, op 5 februari 2024.