Commissie: Openbaar Vervoer
Categorie: Zorgvuldigheid
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: bindend advies na tussen advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
1026477/1074099
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument klaagde dat haar zoon reiskosten moest betalen terwijl hij volgens haar al vanaf 4 september met zijn Studentenreisproduct reisde. De commissie had eerder gevraagd om bewijs van de ingangsdatum van het reisrecht. De consument leverde alleen een bewijs aan dat het product op 4 september op de OV‑chipkaart is gezet, maar niet wanneer het reisrecht echt begon. De ondernemer toonde vervolgens gegevens van de beheerder van het Studentenreisproduct waaruit blijkt dat het reisrecht pas op 1 oktober inging. Daardoor zijn er vóór 30 september geen kosten ten onrechte in rekening gebracht. De consument stelde dat haar zoon op de poortjes zag dat hij met zijn Studentenreisproduct reisde, maar volgens de ondernemer is dat technisch onmogelijk als het reisrecht nog niet geldt. De commissie vindt die uitleg geloofwaardig en ziet geen reden voor extra onderzoek. Ook wijst de commissie erop dat gebruikers duidelijk worden gewaarschuwd dat het product op de kaart kan staan zonder dat het al geldig is. Daarom krijgt de consument geen gelijk en blijft de klacht ongegrond.
De volledige uitspraak
Het tussenadvies van 17 juli 2025
Bij het tussenadvies heeft de commissie beslist dat de consument een verklaring zal (laten) vragen aan DUO inhoudende (1) per welke datum het reisrecht op grond van het Studentenreisproduct dat op 4 september is opgehaald, is ingegaan en (2) per welke datum de zoon van de consument met die ingangsdatum bekend was.
De verdere beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Ter voldoening aan het tussenadvies heeft de consument een printscreen van het antwoord van Duo in het geding gebracht, inhoudende de datum (4 september 2024) waarop het Studentenreisproduct is geactiveerd op de OV-chipkaart. Die verklaring houdt evenwel niet in de ingangsdatum van het reisrecht op grond van het Studentenreisproduct, noch de datum waarop de zoon van de consument met die ingangsdatum bekend was.
Naar aanleiding daarvan heeft de ondernemer een overzicht van De Regisseur Studenten Reisrecht (de administrateur en beheerder van het Studentenreisproduct) in het geding gebracht, waaruit blijkt dat het reisrecht op grond van het op 4 september 2024 geactiveerde Studentenreisproduct is ingegaan per 1 oktober 2024. Die informatie brengt mee dat de ondernemer tot aan 30 september 2024 geen reiskosten op het [ondernemer] flex abonnement in rekening heeft gebracht die op het Studentenreisproduct gefactureerd hadden moeten worden, zoals door de consument in haar klacht gesteld.
De consument heeft voorts gesteld dat haar zoon in de periode van 4 september 2023 tot aan 30 september 2024 met de OV-chipkaart heeft gereisd en daarbij bij het in- en uitchecken op de poortjes heeft waargenomen dat hij op zijn Studentenreisproduct reisde. De zoon van de consument heeft dat ter zitting van 17 juli 2025 ook (telefonisch) verklaard. Dat wordt evenwel door de ondernemer gemotiveerd betwist. Volgens de ondernemer is het technisch onmogelijk dat bij het in- en uitchecken de poortjes andere informatie kunnen laten zien dan het (geldige) product waarmee is ingecheckt. Daarmee is de stelling van de consument op dit punt, op wie in deze de bewijslast rust, niet komen vast te staan. De commissie acht het overigens ook onaannemelijk dat op de poortjes een reisproduct te lezen zou zijn waarvan het reisrecht nog niet was ingegaan. Daarvoor ligt geen enkele redelijke verklaring voor. Voor het inwinnen van een deskundigenoordeel in deze, waarom de consument verzoekt, acht de commissie onvoldoende aanleiding gelet op het speculatieve karakter van de onderbouwing van dat verzoek.
De ondernemer heeft in zijn verweer bovendien gewezen op de aan de gebruikers van het Studentenreisproduct verstrekte informatie op de website “Studentenreisproduct “:
‘Let goed op wanneer de ingangsdatum is van jouw studentenreisproduct. Ook al staat het nu op de OV-chipkaart dat betekent niet dat het al ingegaan is.’
Die uitdrukkelijke waarschuwing acht de commissie niet mis te verstaan en had in dit geval de consument moeten behoeden voor de kennelijke vergissing die is begaan. Dat thans bovendien een speciale pop-up op de website is geplaatst om de gebruikers op het belang van de ingangsdatum van het reisrecht te wijzen, doet aan de duidelijkheid van voormelde waarschuwing op zich niet af.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Daarom wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Openbaar Vervoer, bestaande uit de heer mr. R.J. van Boven, voorzitter, de heer mr. P. Vonk, de heer mr. M.A. Keulen, leden, op 12 januari 2026.